Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is gedateerd „in Palatio Capitolino VII Idus Mai MDLXVIII, zoodat van Mander afwijkend vermeldt: ,,waerom hem A° 1567 op t' Capitolium te Room was verleent eenen beseghelden Brief...." etc.

V. „Sicilia et Magna Graecia" (1576).

Hierin (van Mander blijkt fol. 248^ niet juist meer te weten, in welk dezer boeken) is afgedrukt Hubrecht Goltzius' portret, gegraveerd naar het schilderij van Moro, dat „noch te Brugghe by de Weduwe oft haer Vrienden is."

Een epigram van Daniël Rogiers, dat van Mander in het Latijn en vertaald overneemt, vindt eveneens in dit werk een plaats.

VI. Ten slotte zegt van Mander: „in 't jaer 1576 is noch van hem uytgegaen ...." en iets verder noch meerander Boecken (zijn van hem uitgegaen)". Bedoeld is waarschijnlijk „Siciliae historia posterior" (1576).

De vage aanduiding van dit deel doet vermoeden, dat dit werk van Mander niet ten dienste stond. Hoe moeilijk in 't algemeen reeds toen de werken van Goltzius te krijgen waren, kan blijken uit de geschiedenis van het exemplaar van Heemskerk dat aan Rauwert, Cornelis Cornelisz. van Haarlem en Pieter Saenredam heeft toebehoord. Volgens een aanteekening van Saenredam, in het bezit van Jhr. Dr. J. Six, had Mr. Cornelis het van Rauwert ter leen en verkreeg het slechts met moeite, er iets voor schilderende.

Dit is daarom van gewicht, daar juist in dit werk een vrij intieme verjaarsbrief van Goltzius' eersten schoonvader is afgedrukt, gedateerd 1575, waarin verschillende familiebijzonderheden voorkomen, overigens voor een deel ook door van Mander gereleveerd uit andere bron: n.1. eigen herinnering.

Bijv. de naam van zijn eerste vrouw [„suster van de leste Huysvrouw van Pieter Koeck van Aelst, Maeyken Verhulst oft bessemers" (fol. 218^)]. Uit den genoemden brief blijkt, dat die eerste vrouw Elizabeth Verhulst heette en in 1573 overleed.

Sluiten