Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het IIIe, IVe en Ve boek (van 1593—+ 1595), noch de Fransche vertaling van het IVe en Ve boek, aansluitend bij de eerste drie deelen, kende; terwijl hem natuurlijk het laatste VIe deel van 1618 onbekend was.

Gebruik van het IIe Boek is waarschijnlijk, doordien hierin op n° 57 een plaat naar Jan Cornelisz. Vermeyen, het beleg van Tunis in 1535 voorstellend, voorkomt en van Mander in het Leven van Vermeyen een schilderij van hem uit dat jaar en met dezelfde voorstelling opnoemt. (Zie onder diens schilderwerk).

Gebruik van de latere boeken is onwaarschijnlijk, daar o. a. twee vrij belangrijke kunsthistorische gegevens uit het IVe Boek onbenut zijn gebleven.

Tegenover plaat n° 10, in de beschrijving der stad Aalst, staat o. a. over Pieter Coecke van Aalst:

„Edidit insuper Petrus Alostum etypa, sane visenda, de vita et moribus Turcarum, quae Constantinopoli obseruauit, ubi Solimano Turcarum imperatori.... adeo carus fuit, ut Alcorani sui oblitus, ab eo depingi voluerit, qui eum, de manu sua, annulo, gemma, equis, vestibus, auro et seruis, regia magnificentia auctum honorifice demiset. Quae Bruxellae deinde, in annuas pensiones convertit."

Blijkens fol. 218a waren de resultaten der Constantinopelsche reis van Mander geheel anders voorgesteld.

In het zelfde boek tegenover plaat n° 58 (Jerusalem) had van Mander van dit gegeven gebruik kunnen maken:

„Confecerunt antea quidem multi tabulas, quibus urbem exprimerent Hierosolymam. Delineavit eam etenim ex canonicis Ultraiectensibus quidam Iohannes Schorel nomine, anno 1542 (1522?) Hermannus Borculo, anno 1538.... etc."

teerd 1 s8or; dezelfde voorredeinde latijnsche uitgaaf van 1593, is gedateerd 1593. — De opdracht „de la version & translation en la Jangue Franpoise de ce tiers volumes" is onderteekend door „Hierosme van belle filz de Philippe, natif de Bruges en Flandres" en gedateerd „A Couloigne le XXIII de May. M.D. Quatrevingts trois."

Sluiten