Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Johannis Molanus.

Met nog grooter voorbehoud is te beslissen over de mogelijkheid, dat Molanus een bron voor van Mander geweest zou zijn.

Het manuscript, — dat in 1855 teruggevonden en, gefixerpeerd door E. van Even in 1858 uitgegeven is , terwijl de eerste onverkorte uitgaaf van 1861 dateert (bezorgd door d e Ram),— zal wel niet aan van Mander bekend geweest zijn, daar Molanus reeds in 15S3, dus lang vóór van Mander zich ernstig aan den arbeid gezet had, was overleden.

Bij Foppens II p. 696 is evenwel melding gemaakt van een ged rukten tekst van het jaar 1572, zeer zeldzaam , onder den titel: „Joannis Molani, Doctoris Lovaniensis Theologi, Annales urbis Lovaniensis, Louanii 1572."

Daar ik zelf dit exemplaar vruchteloos heb gezocht, moet ik mij bepalen tot een bloote vermelding dat van Mander en Molanus op eenige plaatsen eensluidende berichten geven.

De citaten uit Molanus zijn uit den tekst bij de Ram.

fol. 207«:

„Dit principael stuck van Meester Rogier wiert aen den Coningh nae Spaenhien gesonden / welck onder weghe met t' schip op de reys verdronck / doch werdt ghevischt: en seer dicht en wel ghepackt wesende / was niet seer bedorven / dan een weynich onthjmt. En in de plaats van dit / hadden die van Loven een dat van Michiel Coxie nae dit ghecopieert was."

Molanus lib. IX c. XXXIV:

„Magister Rogeriu s . . .. depinxit Lovanii.... summum altare, quod opus Maria regina a Sagittariis impetravit, et in Hispanias vehi curavit, quamquatn in mari periisse dicatur, et

Sluiten