Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sinds V. van der Ha eg hen !) overtuigend heeft bewezen, dat de door J. B. Delbecq in verscheiden tijdschriften gepubliceerde en van daar uit overgenomen fragmenten ten eenenmale \ervalscht zijn, is weer zoo goed als waarschijnlijk geworden, dat wij nooit iets van dit manuscript, dat zooals Becker zegt ,, seit langem die Kunstforcher wie ein Irrlicht narrt", zullen zien.

Een kleine mogelijkheid bestaat, dat van Mander zich bijzonderheden uit het hem bekende manuscript herinnerd heeft.

* *

Bij nauwkeurige lezing van van Mander moet men er van zelf toe komen zich te verwonderen over de vrij talrijke mededeelingen van toetreden tot het Antwerpsche Sint Lucas gilde. Neemt men de moeite, deze gegeven jaartallen te vergelijken met de opgaven in de Liggeren van het gilde (uitgeg. te Antwerpen door Rombouts en Lerius), dan blijkt een verrassende overeenstemming te heerschen.

Hieronder volgen ze in vergelijkende tabel, gerangschikt in de volgorde zooals de schilders bij van Mander voorkomen.

') V. van der Haeghen: Mémoire sur des Documents faux, relatifs aux anciens peintres, sculpteurs et graveurs flamanas. — Bruxelles 1899 — pag. 75—100.

Ter completeering van het hier bijeengebrachte bewijsmateriaal: Bij van Mander fol. 199^: „omdat de Stadt van Brugge.... voorniaels van grooten ryckdom overvloeide.... en omdat de Const geein bij den rijckdom is.... is Ioannes conien woonen in.... Brugghe ...."

cf. in het pseudo manuscript:

En syne school heeft haer tendeelen

Zich meest in Vlaenderenland begheven Daer de const door den rijckdom leven.

Sluiten