Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een conclusie uit deze vergelijkende tabel te willen trekken, zou m. i. gewaagd en doelloos zijn. Een paar opmerkingen evenwel mogen hier een plaats vinden.

Ondanks de vele gelijkluidende opgaven, zou het m. i. onjuist zijn, daaruit de gevolgtrekking te maken, dat van Mander voor genoemde schilders en bloc navraag deed bij de gildemeesters van St. Lucas. Daartegen pleit al dadelijk de afwijking in aanm. i verklaard en bovendien wordt het dan des te onbegrijpelijker dat dergelijke opgaven in de levensbeschrijvingen van zooveel andere Antwerpsche schilders gemist worden.

Veeleer schijnen deze berichten den schrijver van hier en van daar bereikt te hebben; één enkele bron, in casu de Liggeren, is bijna niet aantenemen. Enkele opgaven zullen berusten op persoonlijke herinneringen uit den studietijd (b.v. voor Frans Pourbus), andere kunnen hem meegedeeld zijn door den betrokken persoon zeiven (b.v. voor Gillis Cognet).

Opmerkelijk is, dat geen jaartal na den datum van van Mander's vertrek uit Vlaanderen genoemd is.

Ook wil ik er nog op wijzen, dat van de acht eerstgenoemde schilders bijna niets anders dan deze bijzonderheid vermeld wordt. Van Mander behandelt hen achter elkaar op een half folio (zie bldz. 35).

*

♦ *

Bij de volgende gevallen stuiten wij op het bezwaar, dat de door van Mander geraadpleegde manuscripten niet meer voor ons bewaard bleven. Wel noemt hij hier duidelijk zijn schriftelijke bronnen, doch deelt slechts ter loops den inhoud mede. In hoeverre en welk gebruik er van gemaakt werd, laat zich dus nu niet meer nawijzen.

Deze uitlatingen komen voor:

fol. 229Ó: „(Jan Mostart) was in dienst van soo grooten Vrouwe oft Princes van de welcke noch by sijn geslacht is seker geschrift datse Mostart bekende haer Edelman te wesen." De toenmalige eigenaar van dit document was waarschijnlijk „zijn soons soon, d'Heer Niclaes Suycker" te Haarlem, die ook nog vele schilderijen van Mostart bezat

Sluiten