Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gheboren te Leyden in 't Jaer 1495." Eveneens berichten over het slecht geldverdienen te Leiden '), om welke reden hij ook met zijn familie naar Engeland overstak.

Opmerkelijk is het conforme in deze berichten naast de preciese mededeeling van geboorte- en sterfjaren. Twee dingen heeft de oude vrouw klaarblijkelijk niet kunnen meedeelen: ,, by wien Cornelis (de oude) gheleerd heeft oft wel dat zijn Vader ook een schilder was" (fol. 210a), en het sterfjaar van den jongsten oom, die naar Engeland overstak en geen berichten meer gestuurd had. Diens biografie is dan ook verreweg de minst uitgebreide en van Mander zegt aan het einde: ,,dits al wat ick van hem weet te verhalenwelke woorden ook uitstekend passen in den mond van Aechtgen Cornelis, als ze niets meer van haar jongsten oom, dien ze uit het oog verloor, te vertellen weet.

Albert Simonsz. (fol. 205/;).

Aangaande den bloeitijd van Albert van Ou water heeft van Mander vernomen van een ,, oudt eerlyck man of schilder Albert Simonsz.2) tot Haerlem ", dat het „nu in dit Jaer 1604 is gheleden 60 Jaer, dat hy, Albert, Discipel was van den Haerlemschen Jan Mostart, den welckë doe ontrent oudt was 70 Jaer, soo datter wel [30 Jaren zijn verloopen van de gheboorte des voornoemden Mostarts tot desen teghenwoordighen tydt. Nochthans segt Albert Simonsz., een Man wesende van goet onthoudt / dat Mostart seide noyt te hebben ghekent desen Albert van Ouwater, noch oock Geertgen van S t. Jans," — „Albert van Ouwater is oock gheweest vóór den vermaerden schilder Geertgen van St. Jans, die een Discipel van den Ouwater is gheweest."

Wij weten nu althans met zekerheid één bron, waaruit van Mander zijn bijzonderheden omtrent oude Haarlemsche

') Zie noot 1 vorige bldz.

2) Deze bezat waarschijnlijk ook een schilderstuk van van Mander; bldz. 15.

Sluiten