Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ban [Jan Mathijsz.]

„Aan Eervveerde achtbaer Heeren, mijn goede vrienden, Ian Mathijsz. Ban en Cornelis Gerritz. Vlasman, onderlinge dobbel lieve gheswaghers en schilder-const beminders, binnen Haerlem zijn de „Levens der Nederlandsche schilders" opgedragen. Wij vernemen verder, dat zij een kunstverzameling hadden aangelegd „vvelcke ghy den uytheemsche Heeren, vreemdlinghen oft ander Const-liefhebbers geern laet sien." Zij waren van ouder tot ouder rijke Haarlemsche bierbrouwers ') en kooplieden, en: „de const is geern bij den rijckdom." In hun cabinetten zal van Mander dan ook waarschijnlijk het een en ander hebben kunnen opdoen, al waren deze, blijkens van Mander s opgaven niet zeer rijk: Ban bezat slechts één schilderij van Cornelis Cornelisz.

Ban vergezelde daarenboven Goltzius op zijn reis door Italië, zooals in de voorrede en in Goltzius' Leven (fol. 283^—2840) verteld wordt.

Dat deze oude Haarlemmer, dien van Mander zoo hoog schatte als kunstkenner, dat hij hem het gewichtigst deel van zijn arbeid opdroeg, wel het een en ander over oud-Haarlemsche kunstenaars zal meegedeeld hebben is zeker, al kunnen wij niet met den vinger aanwijzen over welke in het bijzonder.

Bard [Olivier] (fol. 253^)

Zonder aarzelen kan men dezen schilder naast Pieter Vlerick als bron voor een deel der levensberichten van Carel van

') Ik wijs er op, dat van Mander (misschien door relaties van genoemde bierbrouwers Ban en Vlasman) te Delft bij een bierbrouwer een aquarel van Lucas van Leiden zag (fol. 213^); dat hij meedeelt, dat Augustijn Jorisz.' Vader een bierbrouwer te Delft was. Miereveldt schilderde „veel Brouwers van Delft" (fol. 281^).— Fol. 242b wordt op Apert Francen's bedrijf van bierbrouwer gezinspeeld. — Zooals gezegd: kunst is geern bij den rijkdom, en bierbrouwers verdienden destijds flink geld.

Sluiten