Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is immers een opmerkelijk verschijnsel, dat van Mander de Levens zijner leermeesters en vrienden gaarne met uitwijdingen, anecdotes, woordspelingen enz. opsmukt. Hier b v. begint van Mander aldus: „Het goedertieren gheluck heeft ghedooght dat d'aenporrende Natuere van in den Lente zyns jeughts heeft vercoren Abraham Bloemaert te becroonen de bloem aller Consten Pictura, welck hij (als bloem onder die haer oeffenen) al bloeyende, bloemaerdige vercieringe mi ld lij ck toelanght", en eindigt: „(Pictura), welcke ghelijck sy Bloemaert, om zijnen schilderachtigen bloem-aerdt (van hem bloemigh verciert wesende) gheheel vriendlijck toeghedaen is ' doetsy uyt recht danckbaerheyt van Wtrecht zijnen naem recht uyt de Weerelt over voeren" etc.

Behalve voor zijn eigen Leven, gaf Bloemaert inlichtingen over zijn verschillende leermeesters te Utrecht, Parijs enz.

Bol [Hans] (fol. 260ab).

Het komt mij voor, dat van Mander dezen schilder, die den 2oSIen November 1593 te Amsterdam overleed, ook reeds te Antwerpen gekend heeft. Men zie onder „Eigen Herinneringen". Zeker is evenwel, dat hij hem later te Haarlem en Amsterdam ontmoet heeft, toen Goltzius Bol's portret graveerde (B. 162).

Ook wijs ik er op, dat merkwaardig genoeg, de jaren van overlijden der Mechelsche schilders, vermeld fol. 228^— 229/;, juist samen vallen met de tijdperken, waarin Bol te Mechelen vertoefde; n.1. van 1534 tot 1550 en van 1552 tot 157- ? met uitzondering van Cornelis Enghelrams, die in 15S3 te Hamburg overleed. Over deze schilders zie men nog onder Johan Vredeman de Vries (bldz. 161).

Jooris Hoefnagel heeft „eenigh onderwijs van Hans Bol vercreghen."

van Cleve [Claes] (fol. 230^).

Misschien kreeg van Mander van dezen schilder, van wien

Sluiten