Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zegt. „Claes woont noch t'Antwerpen" de inlichtingen over Hendrik en Mar ten van Cleve en zijn drie broers.

Cluyt [ AdriaanJ (fol. 255^).

Deze Alkmaarsche schilder was leerling geweest bij Antoni Blocklandt en overleed in 1604. Van Mander weet meetedeelen, dat „den Vader was een Glas-schrijver in t' schilderen en t'blasoneren der Heeren wapenen niet onervaren." Daar hij dus blijkens deze mededeeling den leerling van Blocklandt vrij intiem kende, zal hij niet nagelaten hebben, hem om inlichtingen over zijn leermeester te vragen.

Hier is m. i. ook de plaats er op te wijzen, dat van Mander nog een tweeden leerling van Blocklandt gesproken heeft, blijkens den zin: „daar was oock bij Blocklandt een jongh Edelman .... die niet begeert ghe noemt tewesen onder den schilders. Nochtans kan deze anonymus wèl inlichtingen over zijn leermeester hebben willen geven.

Cluyt jPieter Dirksen] (fol. 2S16 en 30CW).

Zoowel in het Leven van Miereveldt (fol. 280^ 281^), als bij de „verscheyden Nederlandtsche schilders / teghenwoordigh levendigh wordt van dezen jongen schilder gesproken als leerling van Miereveldt. Eveneens en telkenmale in bijna dezelfde bewoordingen over Paulus Moreel se en Pieter Gerritz Montfoort. Hunne vermelding onder de „Nederlandtsche schilders tegenwoordigh levendigh " duidt er op , dat van Mander met hen bekend was: van Mander zegt immers zelf (fol. 299b): „.... ick sal dan.... eenighe hun namen aenroerende ghedencken / sooveel my in 't ghedacht comen o ft bekent s ij n , en (fol. 300^): „veel ander jonge geesten meer acht 1 c k wel dat hier plaets waerdigh mochten wesen /die my onbekent zijn .. .."

Wat Cluyt in het bijzonder betreft, schijnt hij diens vader, den bekenden ex-hortulanus van Leiden's plantentuin Dirk

Sluiten