Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cluyt, goed gekend te hebben, wederom geoordeeld naar de aan dezen gewijde regelen.

Nu is opmerkelijk, dat van Mander klaarblijkelijk minstens uit twee bronnen het Leven van Miereveldt opgebouwd heeft, daar diens Leven tweemaal gegeven wordt: de tweede maal in den Appendix, vermeerderd en nauwkeuriger. Niet onwaarschijnlijk kreeg hij de laatste berichten van den schilder zei ven.

De eerste levensbeschrijving, de onnauwkeurige, op fol. 280b en 281b is dus zeker niet van Miereveldt zeiven afkomstig. Eén der bronnen voor dit gedeelte kan m. i. de genoemde leerling Cluyt geweest zijn. Misschien ook do beide andere, boven genoemde leerlingen. Misschien ook Jaques Razet, wiens portret „van hem (Miereveldt) corts ghecomen is t' Amsterdam."

Cognet | Gillis] (fol. 262a).

Deze schilder, wien van Mander ook een plaats inruimt in zijn „Grondt der Edel vry schilderconst" (fol. 32b) en met wien hij zeer bevriend is geweest (zie onder ,, Eigen Herinneringen") leefde geruimen tijd te Amsterdam.

Bij hem te Antwerpen leerde Cornelis Cornelisz. (fol. 292b) en op zijn aanraden kwam Johan Vredeman de Vries van Hamburg naar Amsterdam (fol. 267a). Behalve over hem zeiven kan van Mander nog inlichtingen bekomen hebben over Cornelis Molenaer, die volgens fol. 262^ het landschap, „gronden oft achter-uytenvan Cognet schilderde.

Zooals bldz. 32 is gebleken, was Cognet ook in de gelegenheid over M o r o inlichtingen te geven.

van Coninxloo [Gillis].

Een tabel zal misschien duidelijker aantoonen, welke inlichtingen deze van Coninxloo heeft kunnen geven. De tusschen [ geplaatste namen zijn niet aan van Mander's opgaven ontleend.

Sluiten