Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechten handtlijder." Daar van Mander meer levensomstandigheden en o. a. ook Beuckelaer's sterfdag weet mee te deelen, lijkt het niet onwaarschijnlijk dat hij ook deze inlichtingen van Pieter Pietersz. kreeg.

Rauwert [Jacob].

Als vriend en leerling van Heemskerck, zooals hij ons op verscheiden plaatsen (fol. 2460) wordt voorgesteld, is deze kunstkenner het best in de gelegenheid geweest van Mander inlichtingen te verstrekken over het leven en werken van zijn leermeester. De verhouding tusschen leermeester en leerling schijnt intiem geweest te zijn; zoo vernemen wij fol. 2470, dat Heemskerck tijdens het beleg van Haarlem in 1572 te Amsterdam bij Rauwert aan huis zijn intrek nam. Behalve Heemskerck's karaktertrekken en eenige bijzonderheden uit diens leven, zijn hoogstwaarschijnlijk ook de kritieken en uitspraken van Heemskerck door Rauwert aan van Mander overgeleverd. Zoo b.v. fol. 205 b: over een schilderstuk van Ou water: „dit soo constigh stuck quam Heemskerck menichmael (doch sonder hem te connen versaden) vlijtich besien / zeggende tot den eyghenaer zijn Discipel: Soon / wat moghen dese menschen gh'etcn

hebben: meenende / datse eenen grauwsamen tijdt en vlijt hadden

moeten toebrengen sulcx te maken ...

fol. 229b\ „ soo dat Marten Hemskerck ghetuyghde /

dat Mos tart van goet werck te maken / te boven gingh alle oude Meesters, die hij gekent hadde."

fol. 246^. Een kritiek op Jan van Scorel: „Doe hem van een zijn Jongers worde gheseyt / datmen seyde dat hy eerst op zijn Schoorels beter dede / als naderhandt doe hy van Room quam / antwoorde hij: Soon doe en wist ick niet wat ick maeckte."

Ook over Heemskerck's schilderwerk verkreeg van Mander inlichtingen door tusschenkomst van Rauwert. Hij zegt dit zelf fol. 246^ also ick hem wel heb hooren verhalen."

Overigens zie men voor Heemskerck ook onder Jaques van der Heek.

Sluiten