Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt versocht", — menige aanwijzing omtrent schilders en schilderswerk dankt.

Razet bezat verscheiden werken van zijn vriend van Mander (bldz. 15).

van Rijck [Pieter Cornelisz.] (fol. 298#).

Deze woonde in 1604 te Haarlem; de bijzonderheden over zijn leven vernam van Mander dus waarschijnlijk van den schilder zeiven.

Soens [Hans] (fol. 288#).

Van Mander heeft hem te Rome gekend. Verscheiden malen (zie bldz. 12) wordt zijn naam genoemd als van Mander's ,, Roomschen Vriendt." Zijn levensbeschrijving berust grootendeels op oude herinneringen.

Hij was leerling geweest bij Frans en Gillis Mostart (fol. 261a en fol. 288#—289^). Berichten over dezen kunnen dus van hem afkomstig zijn. (Zie ook bij Spranger, bldz. 158).

van Somer [BernardJ

Bij hem aan huis zag van Mander een schilderij van Aert Mijtens, wiens dochter hij anno 1602, te Rome getrouwd had. Dit wordt zoowel fol. 264^ als 300a vermeld, alwaar van Somer voorgesteld wordt als jong schilder te Amsterdam. Van hem en zijn vrouw zal van Mander waarschijnlijk het bericht omtrent Mijtens' sterfjaar en eenige der talrijke familiebijzonderheden bekomen hebben. (Zie ook bldz. 153).

van Sonnevelt [Weduwe].

Deze oude dame kan van Mander niet alleen zelve ingelicht hebben omtrent de som, door haar geboden voor het altaarstuk van Pieter Aertsen te Warmenhuizen, maar zal, zooals op te maken is uit een aanteekening van van Buchel !), hem hebben

') Oud Holland XIII (1895) bldz. 97 —100.

Sluiten