Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meegedeeld alwat van Mander over v. Scorel's jeugd en opleiding weet te verhalen. Wel zijn de aanteekeningen van van Buchel vollediger in sommige opzichten, maar deze zijn van den zoon afkomstig. Zij bezat ook een schilderstuk van Jacob Cornelisz., waarin het landschap was van v. Scorel ,, zijnen Discipel" (fol. 207b).

Spranger [Bartholomeus] (fol. 268# seqq).

Een korte opsomming der plaatsen, waar wij eenige besliste aanduiding krijgen over Spranger's waarde als bron voor de levensberichten van andere schilders, zal misschien het best een denkbeeld geven van de gewichtige rol, die ook Spranger in de wordingsgeschiedenis van het Schilderboeck gespeeld heeft.

Behalve dan voor Spranger's eigen levensbeschrijving heeft van Mander van zijn ouden vriend inlichtingen bekomen over de schilderijen uit de Keizerlijke Collecties te Weenen en Praag voorzoover hij niet uit eigen aanschouwing de aldaar aanwezige kunstschatten gekend heeft

Verder vernemen wij, dat Spranger's vader met diens oom in Afrika was „doe Keyser Carolus de vijfde voor Thuniswas." Het is zeer aanlokkelijk hiermee het bericht in verband te brengen, dat Jan Vermeyen (fol. 224b) in 1535 „te Thunis in Barbaryen" met Karei V meegegaan was om diens „krygen/ gheschiedenissen en overwinningen te teyekenen", vooral als men later van Spranger's Vader verneemt, dat deze zeer veel schilders persoonlijk kende: „hy hadde met verscheyden schilders uyt Nederlandt.... veel omgangs en kennis."

Onder deze schilders treffen we aan: Mie hiel Coxie, Jan M a n d ij n (dezen noemt van Mander op drie verschillende plaatsen in bijna dezelfde bewoordingen: fol. 205^, 243^ en 268/;), terwijl Spranger zelf en Gillis Mostart (fol. 261 a) als zijn leerlingen worden genoemd.

Deze Gillis Mostart was „des Vaders goeden bekenden" (fol. 268$). Hierom aarzel ik niet de berichten, vooral de anecdotes in de Levens der gebroeders Gillis en Frans Mostart (fol. 261 ab) op rekening van Spranger te stellen. Hiervoor pleit nog, dat zoowel in het Leven van Spranger als in dat van Frans

Sluiten