Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

Eigen Herinneringen.

Onder „ Eigen herinneringen" wordt hier slechts datgene verstaan, wat van Mander mededeelt als door hem zeiven beleefd en ondervonden. Al wat hem van vroeger gedane verhalen in het geheugen schoot vond reeds, voor zoover dit doenlijk bleek, een plaats in het voorgaande hoofdstuk.

Al is het waar, dat, naast de mededeelingen van anderen, van Mander's eigen herinneringen als een voorname bron aangemerkt dienen te worden, kan dit hoofdstuk toch niet op die uitgebreidheid bogen als men met recht zou mogen verwachten; met beslistheid toch kan zelden gezegd worden, dat een mededeeling direct uit schrijver's eigen ervaring en herinnering voortkwam, wanneer verzuimd is dit er bij aan te teekenen. Van Mander nu is allerminst kwistig met dergelijke uitlatingen, en de gevallen, waar men op goede gronden mag aannemen, dat eigen herinneringen aan het woord zijn, zijn eveneens schaarsch; zoodat vele bijzonderheden niet als „eigen herinneringen" te herkennen zijn.

De betrekkelijk kleine omvang van dit hoofdstuk is echter ook te wijten aan het feit, dat hier geen plaats ingeruimd is aan de zeer talrijke gevallen, waarin van Mander's eigen herinneringen of eigen aanschouwing vastteknoopen zijn aan de vermelding van kunstwerken. Hiervoor zie men de volgende lijst van kunstwerken.

De lijst der gevallen, waar aan eigen herinnering mag gedacht worden, opent met de levendige beschrijving van het drukke bezoek aan den Agnus Dei (fol. 201 a) op Zon- en heilige

Sluiten