Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit zijn studietijd te Rome herinnerde hij zich in 1603 nog de namen van een aantal Italiaansche en F ranse hc schilders, die hij tezamen achter de Levens der Italianen behandelt. Evenzoo handelde hij met een tiental jonge Hollandsche schilders, waaronder enkelen zijn leerlingen waren. Zij vinden een

plaats aan het einde van het Schilderboeck.

*

* *

Ik wil hier niet eindigen zonder de wijze vermaningen in herinnering gebracht te hebben, die van Mander tot stichting der leergierige en reislustige schilderjeugd ten beste geeft in den ,, Grondt der Edel vry Schilderconst."

Als een man van veel ervaring raadpleegt hij zijn geheugen, hoe hij de jonge schilders het veiligst kan waarschuwen voor de gevaren, die hen op reis bedreigen. Het zijn hartelijke vermaningen , spruitend uit de heerlijke jeugd- en reisherinneringen tijdens zijn bezoek aan „de begheerde stadt." 1)

Maar niet alleen opwekkingen, Rome te gaan zien, doch ook zorgzame wenken vinden we in die regels:

Cleyn Herberghen / quaet geselschap wilt vlieden /

En laet over u niet veel ghelts bespieden /

En u verre reyse verberght oock stille.

Zijt eerlyck en beleeft / vry van gheschille.

I lebt altyt wel ghelt / maer wacht u met eenen U eyghen oolijck Landt-volck veel te leenen.

En om mijden plaghen oft vuyle dieren /

I)e bedden en lakens slaet neerstich gade.

*) Zie bldz. 10 —14.

Sluiten