Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* „Twee ghelieven." Bij Cornelis van der Voort te Amsterdam.

„Op zijn Italiaens / den Vryer spelende op een Luyt / en t'samen singende."

Auctie van der Voort, 7 April 1614 (O. H. III 192): „Een stuk van F. Badens (Adr. v. Nieuland) ƒ 45.—

Balten (Pieter). [fol. 257^].

„Predicatie Joannis." „By den Keyser." Er bij verteld wordt: „in plaets van S. Jan, heeft den Keyser doé daer in maken eenen Olyfant / so dat het nu schijnt dat al t'volck comt den Olyfant besien."

Hij schilderde volgens van Mander in den geest van Brenghel boerenkermissen, >) en „syn wercken oock wel begeert worden."

Barent (gen. Doove-). [fol. 259a].

„De geschiedenissen van een rasende Secte, die A° 1535 uyt een dul voornemen meenden de Stadt te verkeeren." Het hing „op t' Stadthuys t' Amsterdam." *)

Barentsen (zie Dirk Barentsen).

Beerings (Gregorius). [fol. 228^].

„Een Diluvie," waarin niet anders dan zee, regen en de ark: de menschen waren al verdronken. „Hiervan wilde schier elck een hebben: en ghelijck dussche stucken haest ghedaen waren," verdiende hij er te Rome goed en gemakkelijk geld mee.

') Men vergelijke de St. Maartenskermis in het Rijksmuseum te Amsterdam n°. 53a (1.07 X 1.45). Ken dergelijke St. Maartenskermis is beschreven in den catalogus van de veiling J. Fievez, te Brussel, 20 Jan. 1903, afmetingen 1.15 X 1.65. Verder is nog slechts van Balten bekend een stuk van den duivel uit de gelijkenis, onkruid strooiende onder de tarwe. Een groot Breughelachtig landschap, met twee latijnsche versregels er onder. In de Ver/. Delaroff, St. Petersburg.

2) Zie Domselaer, Beschrijving van Amsterdam.

Sluiten