Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thans Weenen: Kunsthist. Samml. n°. 716 (cat. 1896), gedat. 1559, 113 X 164.

„Remedien teghen de doot."

Thans (1870) te Weenen in de particuliere collectie van den Graaf Brandis. ') Copie in de Liechtensteinische Galerie te Weenen n°. 1134 (cat. 1873) gedat. 1597; 1.19 X 1-62.

„Kinders pelen."

Thans Weenen: Kunsthist. Samml. nu. 708 (cat. 1S96; gedat. 1560; 118 X 161.

* Boerenkermis en Bruiloft. Bij Willem Jacobsz. te Amsterdam.

Van waterverf. O. a. een tafereeltje „daer sy de Bruydt begiften / is eenen ouden Boer / hebbende t' buydelken aen den Hals / en is doende met in zijn handt t' gheldt te passen."

Thans Weenen: Kiinsthist. Samml. n". 719 (cat. 1896); 114 X 165.

„Exter op den Galgh." Dit liet Breughel zijn vrouw na. 2)

Thans Darmstadt, n". 271 (cat. 1885), ged. 1568; 45 X 5°-

Een stuk „daer de vvaerheyt doorbreeckt;" volgens zijn eigen zeggen, het beste dat hij ooit maakte. 3)

* Vele ,,Sinnekens in Print;" „welcke ten deele al te seer bijtich oft schimpich wesende / hy in zijn doot-sieckte door zijn Huysvrouwe liet verbranden." Bijna alle verschenen bij J. Cock.

Breughel (Pieter — de Helsche). [fol. 234#].

Hier zegt van Mander, dat de zoon is een ,,Conterfeyter nae t' leven." In den Appendix verbetert hij: ...... hy veel

zyns Vaders dinghen seer aerdigh copieert en naedoet."

Als voorbeeld 4) zou men de Bethlehemsche kinder-

') Hy mans lp. 303 n. 5.

2) Zie Bredius, Ned. Kunstbode 1880, bldz. 285.

3) Deze appreciatie wordt in den Darmstadter catalogus en in liet hierboven geciteerde artikel in de Kunstbode beschouwd als slaande op het voorgaande werk. Ik meen evenwel (cf. ook de uitgaven van de Jongh en Hymans), dat hier een afzonderlijk stuk bedoeld wordt.

4) Hymans lp. 302 n. 4 geeft eenige v.b.

Sluiten