is toegevoegd aan uw favorieten.

De bronnen van Carel van Mander voor "Het leven der doorluchtighe Nederlandtsche en Hoogduytsche schilders"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

appertenantes ent estc au vif contrefaictez par Pierre Cocck d'Alost luy estant cn Turquie, 1'an de Jcsu Christ MD33, lequel aussy de sa main propre a pourtraict ces figures duysantes a 1'impression d'ycelles." l)

Zie ook bldz. 115, 171.

* De „Metselrye Boecken." Zie onder de gedrukte bronnen, bldz. 109—110.

de Kok (Lucas Cornelis). [fol. 217^].

„Waterver we do eek en." Bij Knotter te Leiden, waaronder van Mander speciaal aanwijst:

* „Een vrouken in overspel."

* Aquarellen bij Jacob Vermy. Zonder aanduiding van onderwerp.

* Een schilderij ,,welck zijn handelinghe seer ghelyck is," dat „over eenighe Jaren" uit Engeland werd gebracht „ten huyse van een Coopman Sr. Hans de Hartoogh,' te Leiden.

Cognet (Gillis), [fol. 262^].

„Historikens in den nacht."

„Seer versierlyck, ghebruyekende veel tyt verheven vergulde lichten van den Keersen, Fackelen / oft Lampen / dat seer natuerlyck stondt: doch van eenighe versproken oft berispt / meenende dat den schilder alles met den verwen uyt te beelden behoort: doch ander houden al goet wat den welstandt verbetert / en d'ooghe des aensienders best can bedrieglien."

Cf. wat in den „Grondt etc." fol. T,2i gezegd wordt:

ick behoorde ghedencken Congietten Nederlandtich Schilder Italianich /

Wien alle verwen waren onderdanich

Want opdat zijn vyer oft licht leven soude /

liracht hy dat constich te weghe met goude /

Dat zijn vyeren ligghen gloeyend en blincken /

En zijn lichten staen als sterren en pincken.

Met verwen can hy te wonder doen hemen

Plutonis stadt / oft Troyen doen te nieten /

Judith snachts toonen t' hooft van Holofernen,

Met Toortsen en Fackels / oock met Lanternen

!) In 1873 verschenen reproducties van deze zeldzame serie door W. Stirling Maxwell: The Turcs in 1533.