Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Floris (Jan), [fol. 238^].

* Schilderwerk op porcelein en aardewerk: alderley aerdicheyt / Historikens / en beeldekens / waer van datter Frans een deel bij hem in zijn huys hadde."

Freminet (Martinus). [fol. 295//].

„.... soude hebben beginnen schilderen sonder teyckenen /

hier eenen voet / en daer een hant / elder een tronie / en heefter eyndlinge een aerdigh goet beelt van gemaeckt."

Galle (Philips), [fol. 267*].

* Gravures naar teekeningen van Jan van der Straeten. Uitgekomen onder den titel „ Cosmus Med: Magn: Etruriae Dux — me adhibuit pictorem, ut exemplaria effingerem nobilissimorum auleorum, quibus parietes illarum aedium vestirentur, in quibus omne genus venationis, aucupii, piscatusque contineretur. Ioannes Stradensis Flandrius inuen. Philippus Galle sculp: et excud: 1578." 1) Van dit opschrift is gebruik gemaakt in de levensbeschrijving (zie bldz. 173).

Gassel (Lucas), [fol. 219#—220a].

0 Landschappen. Op gezag van Lampsonius. Zie bldz. 73.

Geerards (zie Marcus Geerards).

Geertgen van St. Jans. [fol. 206a\

„Crucifix." „ Hoogh Altaertafel tot S. Jans Heeren te Haerlem." „De een deur en de Tafel zijn vernielt in de beelt-storminge / oft stads belegeringhe: eene die verbleven was / is doorgesaeght en zijn nu * twee schoon stuckë tot den Commandeur / in de sael van t' nieuw ghebouw."

Voorstellend „eenigh Mirakel" en „Cruys-afdoeninglie": om den dooden Christus treurende discipelen en apostels. Maria zit diep geschokt bij het lijk.

Thans Weenen, Kunsth. Samml. n". 644 (cat. 1896),

172 X 1 -39 en n°- 655, 1.74 X 1-38.

*) J. A. F. Orbaan, Stradanus te Florence, (Diss) 1903, bldz. 91.

Sluiten