Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Van zijn we rek." „Tot de Reguliers t' Haerlem, doch door den krijgh oft beeld-stormen vernielt."

* Afbeelding van de groote kerk te Haarlem „noch op de Zuydtsyde" die kerk hangend.

Thans Haarlem, nog aldaar. Ettelijke malen overgeschilderd. >)

Geldersman (Vincent), [fol. 228*2].

„Een Leda."

„Half beeldt met twee Eyeren."

„Een Suzan na."

„Cleopatra met de slangh." „Waervan in de Weerelt meenighe C o p i e gesien wordt."

„Een Afdoen van t' Cruys." „In de Ridders Capelle," evenals de 3 voorgaande in de St. Romboutskerk te Mechelen.

„Daer Magdalena de voeten des Heeren wiesch."

Gerrit Pietersz. (Sweelinck). [fol. 293#].

* „Eenighe groote stucken" en „conterfeytsels." Zonder verdere aanduiding.

In den Appendix:

* „Een Rot." „Op S. Sebastiaens Doelë / dit Jaer 1604 gelevert." 2)

Thans Rijksmuseum, Nieuwe aanwinst. 3)

de Gheyn (Jan), [fol. 294^].

* Glasschilderingen: „vier groote heerlijcke formen op t' Choor van de Borgh-kerck t' Antwerpen."

* „Verscheyden glasen." „In de selve stadt in de Minrebroers kerek / daer hij voor d' Italiaensche Natie heeft ghemaeckt."

* „Een groot schoon forme (mij dunct) t'Amsterdam in d' oude kerek aen de Westzijde."

Cartons in olieverf, evenwel zonder nadere aanduiding.

') E. W. Moes in Eigen Haard 1890, n°. 34.

-') Oud-Holland XV bldz. 135.

3) Versl. omtr. 's Rijks Verz. van Gesch. & K.

Sluiten