Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Gheyn (Jaques). [fol. 294a—295a].

* „Een cleë Bloempotken." „Noch teghenwoordigh tot d'Heer Heyndrich van Os, t' Amsterdam."

* „Een groot glas met bloemen." Gekocht door Rudolf II.

Een groot glas, waarin een tuil bloemen.

Thans 's-Gravenhage, Collectie Hoogendijk n°. 227.

* „Een paard." Voor Prins Maurits.

Levensgroot. Een stalknecht houdt liet aan den toom.

Thans Amsterdam, Rijksmuseum, Oostelijke binnenplaats.

* „Eenë dootscop." Bij Reynier Antonissen te Amsterdam.

* „Slapende Venus." Bij Willem Jacobsz. te Amsterdam (1604).

„Waer by light eenen slapende Cupido: aen haer voeten comen twee Satyren / waer van den eenen al schroemende bestaet op te lichten een dunne doeck / dat haren schoot oft schaemte bedeckt."

* „Een boecxken." Door hem verlucht met bloemen en beestjes, eveneens door Rudolf II aangekocht.

Gietleugen (Jooris). [fol. 2480],

Sneed in hout de platen voor Hubrecht Goltzius' werken.

Gioncquoy (Michiel).

* [fol. 252^]. „Coperkens, meest Crucifixkens / daer hy de pons af hadde / en copieerde aldus by menichten."

[fol. 270b\. Altaartafel te St. Orest, waaraan Spranger hem hielp.

van der Goes (Hugo). [fol. 203^—204a]

* De epitaphie van Wouter Gautier in St. Jacobskerk te Gent. Ook Vaernevvijck vermeldt het.

Maria met kind „sittende van vooren.... nauw anderhalf voet groot.... op den grondt cruydekens en ghesteentgens."

Thans (?) Bologne: Pinacotheek. ]) n°. 282 (cat. 1895).

1) H. Hymans: Bulletin des Commissions royales d'art et d'archeologie 1879 pag. 15.

Cf. Bode, Cicerone II, S. 737: „Die Goes zugeschriebene Madonna in der Gal. zu Bologna gehort dem Meister nicht zu."

15

Sluiten