Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0 Legende van St. Catharina. „In 't Clooster van onse Vrouwen Broers." Overgenomen uit Vaernewijck (zie bldz. 99).

0 David en Abigaïl. In een schoorsteen te Gent, ten huize van Jacob Weytens. De beschrijving is ontleend aan Vaernewijck (zie bldz. 99).

Thans Brussel, Mus. des Arts décoratifs. *) Waarschijnlijk slechts een copie.

* „Een Crucifix." In St. Jacobskerk te Brugge. Hiervan wordt de geschiedenis omstandig verhaald. 2)

Goltzius (Hendrik), [fol. 28 iö — 2870],

* „Christus aen 't Cruys" Voor Gijsbert Rijckersen te Haarlem (1600).

Klein, op koper. Maria, Johannes en Maria Magdalena. Gezicht op Jerusalem.

Op den voorgrond een hen met kuikens.

* „Daer een Romeyn zijn handt verbrandt." Omtrent 1583 in het huis van den burgemeester van Haarlem Gerrit Willemsen gezien, welk huis in 1604 aan Goltzius toebehoorde en waar het schilderij toenmaals nog hing.

Groot langwerpig doek; in wit en zwart geschilderd.

In de serie B. 94—103 is ook een Mucius Scaevola.

* Portret van Tobias Swartsenburgh te Haarlem.

Levensgroot „naeckt sittende .... toeghemaeckt als eenigh Indiaensch Schutter."

Op den achtergrond St. Sebastiaan.

Was in 1671 bij C. v. Everdingen te Alkmaar. 3)

* „Hemelsche vreughde." Voor Jan Matthysen Ban (1602). Zeer uitvoerige uitlegging.

* „Een sittenden Christus." „By den Graef van der Lip oft den Keyser."

Op koper; twee knielende engelen met brandende fakkels en attributen

van de Passie.

') Reprod. in H. Hymans, L'Exposition des Primitifs Flamands ft Bruges, p. 46.

2) Volgens J. Weale: Bruges et ses environs (1875) bevond zich dit schilderij nog in 1783 in deze kerk.

3) Moes. Ic. Bat. 7733.

Sluiten