Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thans 's Gravenhage, Mauritshuis, n". 51 en 52 (cat. 1895) 2.60 X I-22-

* ,,Passy-stucken en Verrijsnis.' „T Amsterdam in d' oude kerck, dobbeldeuren aen een Crucifix van Schoorel.

„Van buyten coperigh uyt den ghelen."

* „Een Crucifix." Het hoogaltaar te Alkmaar. Op de deuren een Passie en de geschiedenis van St. Laurens. (Houmes): „dit tafereel oft diergelijcke gesien tot Alkmaer opt droncken noort bij de Heer Coetenburgh en is uytstekend fraey."

Schilderstukken met derg. voorstelling te Petersburg n°. 490, 100 X 59 en 28; Gent, n°. 52, 315 X 270.

Veiling van Heemskerck, 7 October 1765, 's Gravenhage,

n°. 23, 4 v. X 3 v- 2 d-

„Dry Coninghen." In de St. Aechte kerck te Delft.

„In de binnentafel eenen Coningh / en in elckë deur eenê; van buyten was

de Serpent-bytinge van wit en swart."

Thans Haarlem, n°. 105 (cat. 1902) 55 X *75-

* „Het Leven Christi en S. Bonifacij, dobbeldeuren" aan het hoogaltaar te Eerstwout, een dorp in N. Holland.

„In veel pereken verdeelt."

,,Hooghaltaer te Medemblick." Zonder verdere aanduiding.

* „Een Verrijsnis."

Thans (?) Kopenhagen, n°. 133 (cat. 1896), 66 X 5°>

„Hemelvaert." Beide voor den Heer van Assendelft. Bovendien: „in den Haegh was in de groote kerck van hem d' Heer van Assendelfts Capelle."

* „Een vier uyterste: het sterven, t Oordeel, t'Eeuwich leven / en de Helle." „Dit stuck hadde hem late maken zijnen Discipel Jacob Ravaert / den welcken Heemskerck daer vooren telde een heel deel gouden dobbel Ducaten / so langh / tot dat den schilder seyde / het is ghenoech." Ook fol. 238* vermeld.

Hierin te zien: „de pijne des doots / vreuchde des Hemels / en droefheid en grouwlijckheden der Hellen."

Sluiten