Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moro (Antoni). [fol. 230b—231^].

„Conterfeytsel van den Coningh Philips." ') Verzameling Althorp n°. 319, Philips II, dijstuk met tafel. Ook te Buda Pest n°. 374 (cat. 1898) 41V2 X 33V2. Ken exemplaar te Madrid (Prado) in 1608 verbrand. „De dochter van Portugael / de Bruydt van Coningh Philips."

Was in 1582 op het slot Pardo bij Madrid. 3)

Iets verder:

„De Coninginne Marie, tweede Huysvrouwe van den Coningh Philips."

Thans Madrid, Prado; 1.09 X 0.84.

Copieën hiernaar, „die hy aen groote Heeren . . . . gaf." *)

Talrijk, b.v.

Verz. N. Rotschild te Weenen. — Mus. Buda Pest n". 375 (cat. 1898), 36 X 251 /2• 5) ~ Weenen (?) Kunsth. Samml., n°- 793. c.M. middellijn. 6)

„Joannes, den Coningh van Portugael / ende Coningin ne."

Thans Belem, kapel van St. Jan.

„Veel van den Adel."

Zie b.v. Weenen, Kunsth. Samml. n°. 786, 78S, 789, 790. „Groote Heeren aen het Hof te Madrid." „Concubynen" van Alva. Zonder nadere aanduiding. Portret van Alva.

Thans Brussel, n°. 318 (cat. 1900), 137 X ^3Zie onder Key (bldz. 201).

') Moes. Ic. Bat. 59041—8, 0—12.

-) Moes. Ic. Bat. 4S002; Waagen III p. 206.

8) Messager des sciences hist. 1868, p. 325, 237.

4) Th. Frimmel. Kleine Gallerie-studien N F. II S. 34, 35.

•'•) In 1682 bij Diego Duarte te Amsterdam; afkomstig van Keizer Rudolf II, Praag (Oude Tijd, 1870 bldz. 399).

6) Zie Waagen p. 323.

Sluiten