Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Een Oordeel."

„D.ier hy hem selven / met noch een ander van zijn kennis / had beschildert in de Helle sittë tijcktacke."

* „Een groot stuck / daer de Heeren Schetsen.... werdë ingehaelt." Bij Melchior Wyntgis te Middelburg.

„Vol werek en beelden."

* „Een Cruysdragher."

* „Petrus van den Enghel verlost." Ibidem, met nog „meer ander dinghen."

„Een Perspeckt in der nacht."

Mostart (Jan), [fol. 229ab\

Portretten, gemaakt in dienst van Margaretha, zuster van Philips II.

„Eenige Tafereelen / een Altaer-tafel / en voeten van Altaren...." O. a. „te Haerlem tot den Jacopijnen."

Een Kerstnacht.

* Ecce Homo.

Levensgroote beelden, „paslyck groot;" hierin eenige portretten, o. a. van eenen Pier Muys *) met een „drollige tronie van snooden wesen / en een beplaestert hooft," die Christus vasthoudt.

* „Een Godenbancket."

Voorstellend de bruiloft van Peleus en Thetis: Discordia werpt den twistappel temidden der gasten; Mars trekt het zwaard.

* Een West-Indisch landschap.

„Met veel naeckt volck / met een bootsighe Clijo etc." Onvoltooid gebleven.

* Portret van Jacoba van Beieren en van Borselen.2)

Als zoodanig werden opgegeven de schilderstukken te Antwerpen, onder n°. 264 (cat. Lafenestre) en n". 263, beide 0.61 X 0.46. De Jacoba v. Beieren is een copie naar een sibylla uit een Brugsch schilderij, waarover Hulin uitvoerig handelt in zijn Brugschen catalogus. De persoon F. v. Borselen

') Moes. Ic. Bat. 5251. 2) Hy mans lp. 266. — XI S. 379.

R. Stiassny in Rep. f. Kunstwissensch.

Sluiten