Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel aanwezig b.v. in het exemplaar in de Amsterdamsche Universiteitsbibliotheek (zie bldz. 24).

Uit die Errata is, behalve de drukfouten, alleen de correctie over Pieter de Vos overgenomen; de toevoegingen over Joan Ariaensz. van Leiden en Hubert Tons zijn niet benut.

Ik heb alleen de verbeteringen in de Levens der Nederlandsche schilders nauwkeurig vergeleken met den gedrukte 11 tekst. De resultaten zijn deze:

I. De orthografische afwijkingen tusschen beide teksten bedragen een totaal van + 200. Hieronder zeer opmerkelijke.

a. Het ms. schrijft doorloopend ij, waar v. Mander steeds y heeft.

In woorden als: bij, mij, hij, zijn, conterfeijten, maij (Mey), t'huijs (t'huys), cappeteijn (Capiteyn), gelijck, -heijt, keijser, beijeren, luijek.

b. Het ms. heeft t, waar v. Mander steeds dl schrijft.

B.v.: wert, root, velt, geboot, stont, gilt, out, lant, hant, gehat.

c. Het ms. heeft g, v. Mander gh.

B.v.: jongen, eenige, geleert, gestorven, vercregen, sommige enz.

d. Het ms. schrijft u voor v, iets wat v. Mander zelden doet.

B.v.: Octauio, seuen, beualt, uerstandigen, inuentie, leeuen, beuoecht.

e. Het ms. schrijft en, v. Mander ne.

B.v.: Ceulen (Cuelen), breugel (Brueghel).

f. Het ms. schrijft ch, v. Mander steeds gh.

B.v.: Jeucht (jeught), vernocht (vernoeght), aerdich (aerdigh), constich (constigh), verdienstich (verdienstigh), bijgevoecht (bygevoeght).

g. Het ms. schrijft o, v. Mander oe.

B.v.: genoch (genoech), vernocht (vernoeght), vloijende (vloeyende).

Sluiten