Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Erik. Het is nieuw, nieuw, maar 't vernedert den vrijen man.

Skialm. Ja, ja.... 'tplacht zoo niet te zijn. Zijn vader was een ander man. Hoe open sprak hij niet met allen op de thing-dagen. Vrij kwam men tot hem en men ging heen verheugd door zijn woord.

ERiK. Men kwam tot ons sinds menschenheuchenis, thans komen wij naar hem en moeten wachten als bedelaars.

De eerste. Dat is sinds men hem begroette met een steenworp op 't Schonensch thing.

De vierde. Ze boetten 't zwaar.

Erik. Boetten ?

Skialm. Ze vergrepen zich aan den koning.

Erik. Hij was schuldig evenzeer. Hij wist hun ontevredenheid en merkte de spanning, wijl ieder zweeg. Met rijk gevolg reed hij trotsch ter vergaad'ring

Skialm. Men morde.

Erik. Zijn armgebaar geleek een bevel aan zijn ruiters. Men wierp met steenen tot verdediging.

Skialm. 't Was onrechtmatig!

(Men is luider gaan spreken; bij de laatste woorden van Erik ziet de edelman naar hem.)

De edelman. Stilte! Men spreekt aan 'skonings hof niet zoo luid!

Erik. Sinds wanneer bejegent men vrije mannen aan 's konings hof als kinderen?!

Skialm. Stil vriend!

Erik. Hier hapert ietsl

Tweede Tooneel.

Een trompet-fanfare. De deur in den achtergrond wordt geopend.

Een wacht (voor de deur). De koning!

De edelman van 's K. hof. De koning komt.

Svend, in rijke koningskteedij, treedt binnen, gevolgd door enkele edellieden onder wie Thor beer. Na hen komen voorname bonden uit verschillende streken van het Rijk. Svend zet zich op een der troonzetels. De edellieden plaatsen zich ter wederzijde van de troon.

Svend {tot de bonden).

Neemt zetels!

De edelman.

Heer, deez' mannen vroegen U

Gehoor, en gij verleende 't voor dit uur.

Svend.

'k Herinner 't mij... heb dank... men leid' hen voor.

De edelman wenkt de vier afgevaardigden ; zij treden voor den koning en groeten hem zwijgend. Skiaim staat voor.

Svend. Mannen gegroet! Vanwaar komt ge en waartoe?

Sluiten