Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heur zoon 't hoofd niet streelen.

Ik had het haar geboodschapt,

Svanhide in Denemarken,

Tot haar dra weer te keeren, —

Thans vrees ik, dat het zwaard mij De zijde zal doorboren.

Anders was 't ginds over de bergen!

Wij zaten bij den beker,

En voeren vreugdig

De vaart naar Hordland,

Wij dronken mede,

En lachten om den disch geschaard.

Thans lig ik smaad'lijk Gebannen in dees bergkloof.

Anders was 't ginds over de bergen!

Toen wij allen samen voeren,

Vooraan Storolfs zoon voor allen,

Landden met de lange Schepen in de Oresond.

Anders was 't ginds over de bergen!

Toen ook ik met feilen zwaardkling,

Heet van 't heftig houwen,

Mannen velde Op Elfers eiland,

Den zwoelen middag toegekeerd.

Kende Orm Hier mijne smarten!

Het voorhoofd rimplen

Zou hij grimmig,

Den vloekb'ren reus 't Driewerf loonen.

Ha, zoo hij 't kon!

Svend {na een oogenbhk).

Dit was een zang van droefheid en verlangen,

Ontstellend als het leven zelf. Doch thans Genoeg

Op een gebaar van den koning verlaten zangers en edelen het vertrek.

Liudgard.

O, zeg mij wat u deert!

Sluiten