Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een vogel! zie, hij hangt Op stille wieken boven 't boschje. Ah,

Hij stijgt... hij staat weer ... voort... o edel dier,

O heerlijk ridder in den voorjaarsnacht!

DetUf treedt binnen en wacht, wijt Svend uit het venster schouwt.

Ah, Detlef! zet u hier...

GedurcTide het volgende beweegt Svend zich soms onrustig door het vertrek, en blijft dan weer staan voor het geopend venster.

Ik riep u thans Te middernacht tot ernstig samenzijn,

Dat 't uur niet telt. Het tijdsgeval en wij In onzen hartstocht doen ons wakend gaan,

Onrustig als de vleermuis in dees stond.

U riep ik als mijn vriend.

Detlef.

Ik' dank u, Heer.

Svend.

Weet gij mijn woorden nog, die 'k tot u sprak Aan 't maal ?

Detlef.

t Was koninklijk gezegd.

Svend.

Ja, koninklijk!

Ik was een koning toen, ik schouwde vroó Mijn tafelronde van blij-geest'ge jeugd En 'k dichtte koningsdaden in mijn geest.

Geen droomen! Werk'lijkheid! Ik had beraamd Wat in één daad het Rijk hereenen zou:

Den heil'gen krijgstocht tegen aller vijand,

Den Wend en Slaaf, die groot is door ons twist.

Detlef.

Heil u! Dat waar' een koningsdaad! Ah, Svend Dat maakt den Deen weer manbaar.

Svend.

'k Bid u, zwijg!

We blijven thuis!

Detlef.

Te huis?

Svend.

Lees dezen brief!

Sluiten