Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienst... als gij uw leven gewaagd hebt ter eer van hem kunt ge weer gaan. Hij schreef mij enkle dagen her... hoe kiesch toen gij de dagen vierdet van uw eerste liefde... »meld den hertog van Sleeswijk, die, naar ik weet, te Wiborg toeft, dat ook hij zijn' mannen oproept tot den heil'gen tocht." Ik meldde 't niet. De verantwoording daarvan draag ik.

Waldemar. Maar zeg mij

Knud. Hij zal ons jagen, onrustig als Emund, van krijg tot krijg. Thans noodde hij ons ten kamp tegen de Wenden. Zijn geslacht spaart geen bloed, als hen hun roem-gier kwelt. Mijn antwoord zond ik hem. Ik weigerde.

Waldemar. Ge waagde... ?

Knud. Hoor, Waldemar: ge kent mijn koningsrecht, te lang gesmaad. Thans zijn twee eedle namen vereend in Denemarken. Ik zegde u, dat de fortuin boeit met de jeugd... ze roept u thans! Ik ben een oud man ... en eenmaal zult ge alleen koning zijn... reik mij uw hand... heel Denemarken wacht, sinds onze namen zich vereenden.

Waldemar. Bij God, ge overvalt mij, Knud! Ik wist niet

Knud. Ah, reik mij uw hand -.. alles is bereid!

Waldemar. Neen, ik kan niet, ik kan niet strijden, als 't hart mij niet dringt... vergeef me

Knud. Ge weigert de kroon, die ik u bied! O, wij zijn gedoemd tot kruipen!

De Slotvoogd treedt binnen.

De slotvoogd. Uw zuster noodt u tot het maal. Men wacht u, Heer.

Knud. 't Is wel. Zeg, dat wij komen.

Derde tooneel.

Een vertrek in het koningsslot te Roskilde. Middag. Een edelman staat voor het haardvuur, dat zacht brandt, en ziet erin. Een ander edelman komt stil achter hem en slaat hem op den schouder.

De tweede edelman. Druilt ge voor den haard ? Is sombre liefde uw troost in dezen sombren tijd? Dan vrees ik voor uw vrienden, want dwaasheid zal het eind zijn.

De eerste edelman. Bij u ving ze aan. Wie is er uitgelaten als gij in een klooster?

De tweede edelman. Bij Sint Oluf, goed gezegd: een klooster. De koning prior, biddend in zijn cel of zwijgend rondwarend in oogenblikken, dat ge hem niet verwacht.

De eerste edelman. En wij gedwongen monniken, die bidden van verveling.

Sluiten