is toegevoegd aan uw favorieten.

Koning Svend

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor 't overwicht — niet voor schooner moed Of hooger man'lijkheid. Ha, waagden zij Hun helmpluim in het veld tot open strijd Man tegen man, wij stormden in het perk!

Maar 't geldt te reek'nen en te wegen naar Hun wijs. We wijken voet voor voet te noen,

Met 't zwaard hen werend langs den weg En staan, als steun ons sterkt den rug.

Een edelman komt ijlings in de tent.

De edelman.

O koning!

Een paar edelen.

Ze komen reeds!

Svend.

Spreek rustig, vriend.

De edelman.

De zoom

Der heuv'len, waar wij waken, naderde In 't oogenblik een bode in ren — hij steeg Van 't paard en vroeg door teekens ons te staan,

Toen wij hem tegentraden. Waldemar,

Hertog van Sleeswijk, zond hem met een groet En noodt u tot een samenspraak op 't veld Aan 't beekje ginds, waar hij u beidt, en biedt Zijn naam in schrift ter staving van zijn woord.

Hij reikt Svend een brief over.

De bode wacht uw antwoord.

Svend.

Een mondgesprek! Zoo spreken koon'gen saam. Zij komen hier Boetvaardig, wapenloos.

Een d^r edelen.

O Heer, verleen 't! Elk oogenblik geldt thans een arm te meer,

Die voor u strijdt.

Svend (op veranderden toon).

'tls wel. Meld onze komst.

Tot de andere edelen:

Verzaêmt het volk en wacht mijn komst in stilte.

Op een wenk verlaten de edelen het vertrek, behalve Thorbeer die blijft dralen.

Svend (tot Thorbeer).

Ga, Thorbeer, woorden baten thans niet meer.

Svend opent den voorhang van de tent en wenkt een edelman.