Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niels, 't Was ieders plicht. De pocher is gestraft.

Eerste edelman, 't Werd tijd, dat ze ons zwaard een keer geheven zagen.

Tweede edelman. Waar kreegt ge twist met hem?

Niels. Hier in de hal, wijl men terugkeerde uit de kathedraal. Ik stond voor 't venster en sprak van den koning. Toen hoorde ik achter mij een stem: welke koning ?

Eerste edelman. Ik stond bij u.

Niels. Toen wij de hal verlieten, trof ik hem op de gang en daagde hem op 't zwaard.

Ze gaan op andere edellieden toe meer op den achtergrond. Een paar zangers met harpen treden binnen. Een edelman leidt ze naar den koning. Ze groeten Svend zwijgend en gaan terzijde; Svend roept den jongste voor zich.

Svend.

Zongt gij niet te Roskild' in 't eerst begin Van 't voorjaar?

De zanger.

'k Zong een avond, Heer, in 't Koningsslot. Svend.

V oor 't einde zongt ge een lied, een sombre wijs Hartstochtelijk en droef... van heldenlot.

De zanger.

Den zang van Asbiorn Prude.

Svend.

Ja, ge speelde 't In vervoering. Kent ge 't morgenlied Der scalden tot den kamp?

De zanger.

»De dag heft aan".

Svend.

Maar kunt ge 't zingen, dat wie 't hoort een schoon En droef verlangen voelt in 't hart naar kamp En grootsche daden?

De zanger.

'k Zong 't in Noorwegen Voor Jarl Haralds benden in het veld.

Onderwijl heeft Knud Waldemar ter zijde genomen ; hij spreekt thans met hem op den voorgrond, eenigszins gedempt. Svend en de zanger spreken achter hen.

Knud. Wees waakzaam, ik zeg u wees op uw hoede... zie hun bewegingen, hun samenstaan, hun spreken met gedempte stem! Geloof mij... 't Zweeft in de lucht, ik voelde 't als een benauwing den eersten dag, toen wij kwamen... ik wilde 't, als gij thans, van

Sluiten