Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De landvoogd {tot zijne knechten). Grijpt dien man! Ik zal niet dulden, dat men ongestraft zoo spreekt 1

Erik (dringt naar voren). Een praler acht ik u, ik tart u! Uw knechten vreest geen vrije bonde. Zelf zoudt ge komen, landvoogd, waart ge een man!

De landvoogd (tot de knechten). Laat af! Kom boer, ik zal u eerbied leerenl

Zij vechten.

Stemmen. Houdt op ! Weest op uw hoede, Erik!

De landvoogd slaat Erik tegen den grond. Een zware steen treft hem op het hoofd. Hij stort neer. Ontsteltenis en beweging.

Stemmen. Beiden vielen! Een goede worp! Bij Sint Olof, mannen, bezint u! Ah, thans zullen booze dagen voor ons komen !

Een stem (uitklinkend boven de andere'.) Naar Wiborg, mannen, naar Wiborg 1

Vierde tooneel.

Een vertrek in het slot te Roskilde. Namiddag. Door vensters uitzicht op bosch in herfst. Liudgard zit peinzend in een troonzetel. Een edelvrouw treedt binnen. Liudgard verrijst uit haar peinzende houding.

Liudgard. Wist men waarom het raadsgesprek nog duurt?

De edelvrouw. De edelman, die wacht heeft voor de groote hal, zegde mij, dat boden kwamen op het slot. De koning hoort hun tijding.

Liudgard. Ik dank u. Zorg dat men 't avondmaal gereed stelle voor den koning en voor mij in de kleine hal, vanwaar 't uitzicht op de heuv'len is. In 't morgenuur verlaat de koning 't slot. Dees avond zullen wij — voor 't laatst — alleen zijn.

De edelvrouw. Ik zal 't volvoeren naar uw wensch.

De edelvrouw gaat heen.

Liudgard (overluid peinzend).

Nog luttel stonden en ik blijf vereenzaamd In 't holle slot, waar geen gerucht zal zijn Dan 't schrijden van een vrouwen-schrede in 't middaguur, En 't klagen van den wind om d'heuv'len in Den nacht. Men zegt, dat schimmen van wie stierven In hunne zonden dwalen door den nacht Rust'loos van stond tot stond. Zal ik zoo zijn ?

Zij verrijst uit hare houding.

Neen, neen 1 'k Zal toeven in zijn wapenhal,

Als boden mij berichtten van zijn tocht,

Bedroomende 't verhaalde zin na zin,

'k Zal wijlen, waar....

Svend treedt binnen.

Ah, Svend, ik wachtte lang!

Sluiten