Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

svend.

Ik breng u somb're tijding: wees bereid Te gaan. Ik werd onmachtig u een veil'ge Woonsteê te bieden in dit land !

Liudgard.

Wat is

Geschied ?

svend.

Vóór middernacht verwachtten wij Nog honderden, die zich op onzen roep Verzaêmen zouden te Roskild met ons,

Doch boden kwamen in hun stee: de landvoogd Van Seelands Westerthing viel door de handen Van 't boerenvolk en Wald'mar riep men ginds Naar Wiborgs voorbeeld uitl En wijl ons oog In spanning blikt naar Wiborg, naad'ren zij Roskild van 't Noorden brandend, plunderend In 't onbeschermde land. Gij moet van hier!

Wat 'k achterlaat is niet meer mijn. Slechts 't mijne Is, waar ik toef! Ik werd een zwerveling In Denemarken.

Liudgard (zij treedt met een hartstochtelijk gebaar op hem toé).

Zwerven wil 'k met u!

In 't voorjaar hieft ge me in uw armen tot Een kus, toen 'k vroeg met u te gaan en 'k ging Met u!

Svend (ernstig en droevig).

Neen, zwervers, droomen slechts van min Bij 't eenzaam tijgen. I ,iefde voegt hen niet Als gezellin... Gij gaat voor 't duistert scheep! 'k Verzei u naar het strand en breng van verre u Mijn laatsten groet, 't Getijde is stil van dage' En klaar van nachten: stoorlooze overvaart Op stille zee voert u naar 't vaderland.

Zoo 'k dezen kamp bestaan mocht... doch men zegt De lucht te Wiborg davert van 't geroep Voor Denemarkens nieuwen Heer en gemalin.

Als 't Deensche strand verschimd is voor uw blik In avond'lijke vert' en gij weerkeert Naar 't vaderhuis, kan 't zijn, dat gij u wendde Van een verleden, dat men stil herdenkt,

Maar nimmermeer hervindt. Svend groet u dan,

Sluiten