is toegevoegd aan uw favorieten.

Koning Svend

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Svend.

Wij weiflen niet,

Doch gaan om weer te keeren. 't Geldt thans niet,

Svends hart en Waldemars, doch beider macht.

Neen, neen, het zij beslist! Wij gaan van hier Met ijlmarschen naar 't Westen: honderden,

Die draalden bij ons roepen, dwingen wij Door onze komst tot bijstand onzer macht.

Dan ijlen wij hen tegen! Elke man Van ons gevolg verneem', waartoe wij gaan,

En sta in 't uur gereed!

De edelen gaan. Als de voorhang terzijde geschoven wordt, ziet men een menigte, die zich in stilte verzameld heeft, doch bij 't zien van koning Svend de zwaarden opheft en roept:

Stemmen. Ten strijd! Ten strijd!

Detlef'treedt de tent binnen.

Svend (tot Detlef).

Wat nieuws?

Detlef.

Deez' mannen vragen u gehoor.

Drie bonden treden de tent binnen.

Tweede tooneel.

De bonden treden voor de troon. Een hunner staat voor en spreekt. Detlef in den achtergrond.

De bonde. Wij staan hier, Koning, als afgevaardigden der mannen van het Noorden in uw legerplaats.

Svend. Spreekt!

De bonde. Wij hoorden de tijding, dat hertog Waldemar met de zijnen nadert over de heide van Grathe. Gij weet het, geen der onzen draalde op uw roep te komen. Wij zullen kampen, zoolang uw zwaard ons voorgaat in den strijd.

Svend. Ik dank u, doch ik kende uw trouw aan mijn huis.

I)e bonde. Wij komen vragen, dat gij nog heden onze trouw beproeven moogt in 't veld.

Svend. Niet heden reeds. Ik weet uw trouw zoo diep u in het hart geborgen, dat de tijd haar niet benadert.

De bonde. Wij smeeken u: geen uitstel in den strijd!

Svend. Wat waant ge? Is 't niet aan mij den dag te kiezen, die mijn lot beslecht? Gaat, en meld de uwen, dat kóning Svend vertrouwt op hun geleide bij de aftocht in dees uur. Wij gaan naar 't Westen en zaam'len, die nog weifelen, om onze vaan. Dan zal de beer van 't Noorden verschijnen in het perk!