Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Detlef Thorbeer en de andere edelman hebben zich bij Svend gevoegd.

Hakon Estrithson (gaat met het zwaard toe op Svend).

De trouwe speurders vatten zelve 't wild!

Gerucht van naderenden op den weg.

Svend.

Zij stèrven in oneed'len kampl

Hij slaat Hakon neer.

Hakon (wankelend).

Op! opl

Het gevolg van Hakon werpt zich op Svend.

Svend {strijdend).

Gaat, DetlefI Vrienden vliedt! Ze moordden 't hert!

Detlef.

Terug! De koning viel!

IValdemar komt met gevolg.

Waldemar.

Staakt 't kampen! Ons

De dag!

Hij stijgt van 't paard. Men gaat uiteen. Svend ligt met het zwaard m de hand. Detlef staat gebogen over hem. Waldemar gaat toe op Svend.

Stemmen (juichend).

Wiborg en Wald'mar! Koning Wald'mar heil!

Svend (vaart op met geheven zwaard in een laatsten drang). Ja, 'k hoor hun roep I Zij komen! Staat, staat, staat 1 Voor Svend en Denemarken op!

Hij wankelt, doch poogt te staan.

Ah, ah!

Mijn wank'le voeten! O!

Hij valt.

Detlef.

De koning sterft!

Waldemar.

De onstuim'ge geest verbrak de band van 't lijf!

EINDE.

Sluiten