Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verplichte gebeden te herinneren, werd alleen de dag, en niet het jaar, des overlijdens aangegeven. Na 1404 wordt echter het afsterven chronologisch, volgens het jaar gerangschikt. De hervorming of religieuse reformatie in het jaar 1483 vormt een mijlpaal in de kloostergeschiedenis, en wordt daarom bijzonder herdacht. Daarna wordt het Necrologium, met minder en meer uitvoerige biographieën, voortgezet tot het jaar 1626, waarin de laatste kloosterling te 's-Hertogenbosch overleed. De lijst der fundaties, welke bij het jaar 1419 was afgebroken, wordt thans weer opgenomen en vervolgd tot de opheffing des kloosters in 1629, maar nu telkens afgewisseld door het verhaal van feiten, waarbij de kloosterlingen onmiddellijk of middellijk betrokken waren.

De inhoud van dit Chronicon is derhalve van belang voor de kennis van liet kerkelijk en burgelijk leven der stad 's-Hertogenbosch. Met deze gegevens in de hand kan men tot merkwaardige ontdekkingen en wetenswaardige bijzonderheden komen.

ooreerst kunnen wij de ligging en de inrichting des kloosters nader bepalen- Het klooster kwam met de „voorpoort" — het Prekerenpoortje — in de Hinthamerstraat uit; daarachter lag een kleine hof, waai door men tot de kerk ging, welke in Oostelijke richting langs de Dieze lag. De kloosterkerk was een lang gebouw van één beuk met houten gewelf; het priesterkoor was door een oksaal afgescheiden en aan beide zijden verfraaid door een koorgestoelte. Aan weerskanten van het hoogaltaar stond een engel met een kandelaar. In 1474 werd evenwijdig met dit priesterkoor een kapel gebouwd ter eere van het H. Sacrament. Deze kapel, waarin eene broederschap werd gevestigd, was zoo ruim, dat zij verschillende altaren telde, o.a. van Sint-Anna en Sint-Joseph. Verder vindt men in de kerk nog vermeld: altaar van O. L. Vrouw, van den H. Jacobus, den H. Dominicus, de H. Catharina en het H. Graf. Ook wordt nog gesproken van een koor van den Zoeten Naam. Op de kerk stond een daktoren met een klok; later werd van den grond af een steenen toren, of torentje, opgetrokken. 1)

1) Volgens De Jonghe, o. c. p. 91 bestond de kerk uit drie beuken.

Sluiten