Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kloosters verspreid. Verschillende religieusen waren als schadelijk wild wreedaardig achtervolgd. Het Necrologium verhaalt van negen paters, die in het gruweljaar 1566 en de eerstvolgende jaren door de Geuzen zijn vervolgd, mishandeld of' gekerkerd en ter oorzake der geleden ontbering en ellende binnen korten tijd zijn gestorven.

Toen de vrede binnen Den Bosch wederkeerde, kwamen ook de kloosterlingen terug in het godshuis, waar bittere armoede en kommer hen wachtten.

Edelmoedig kwam men nu van alle zijden de berooide kloosterlingen ter hulp, maar het voortwoeden van den krijg dreef het convent onvermijdelijk ten ondergang. Men stond op het punt de communauteit te ontbinden. Als laatste toevlucht richtte men zich tot koning Philips II met een suppliek om tot een bedrag van 12.000 gulden de onroerende goederen te vermeerderen. Uit dit smeekschrift, een ware noodkreet, blijkt dat de teimijuen niets meer opleverden, de aalmoezen der burgerij verminderden, lninne landerijen en goederen met schatting en contributie waren bezwaard, en gelden waren opgenomen ,.tot hen notelycke ende soberlycke alimentatie ende onderhoudt''. Het jaarlijksch inkomen was geslonken tot zes honderd gulden, en daarmee moest men omtrent vijftig personen van kost en kleeren voorzien en kerk en kloostergebouwen onderhouden. De Koning van Spanje willigde dit verzoek in; ook de magistraat onthief het klooster van den bier-accijns, terwijl enkele burgers door legaten hun medelijden toonden.

De tijden klaarden niet op. In het Chronicon lezen wij van de mislukte aanslagen van Hohenlohe en prins Maurits, van het vermaard gevecht van Lekkerbeetje, totdat de kroniekschrijver tegen het jaar 1629 de pen nederlegt om ons het treurig verhaal van den ondergang van 's-Hertogenboscli te besparen.

Ziedaar in 't algemeen, wat liet Chronicon ons mededeelt. De weetgierige lezer zal voorzeker bij een aandachtig naslaan menigmaal bijzonderheden ontdekken, welke op tijden, plaatsen, personen verrassend licht werpen. Niet zelden zullen hem

Sluiten