Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

Aanteekeningen betreffende de familie Van Wyck.

Deze familie heette oorspronkelijk Kuyst. De Kuyst' en hebben (echter), zoo schreef Jac. van Oudenhoven in zijne Beschryvinghe der stede ende lande van Heusden (Amsterdam 1051) p. 34 aengenomen den noem van Wyck, ghelijck dat blijckt uyl de Herren van Wyck ende van Honsoirde ende hebben de KuysVens heeren van beyde dese heerlijckheden geweest ende ghevoert het wapen van Wyck, ghelijck oock de Poorters nyt dien stam ghesproten met den naem van Kuyst (de) Poorteiin oude brieven bekent staen, ghelijck oock teghenwoordigh Direk ende Jan Poorter tot Veen ende Wyck het wapen van Wyck noch voeren. In datzelfde werk p. 23 zegt Jac. van Oudenhoven van dit wapen: die van Wyck (voeren) twee geele raeykens in renen schilt half sabel ende half gout ende stelt die Qouthoeven p. 14o onder de rancken of sprancen van den Huyse van Heusden, daer nochtans dat Huys van Heusden maer een rat en voerde.

De oudst bekende van dit geslacht was Dirk Kuyst, die eenen zoon Arent had, welke weder had eenen zoon Jan, die blijkens Taxandria VII p. 279 in het jaar 1382 met Onsenoort werd beleend. Deze was blijkens dat tijdschrift in 1390 reeds overleden, daar toen toch zijn zoon Arent van Wyck van Honsoirde met Onsenoort werd beleend by doode van Jan Kuyst Arent Dirkszn. sijn vader. Genoemde Jan Kuyst Arent Dirkszoon was een ander dan Jan van Wyck, ridder, van wien in het Missale de rede is, vermits gezegde Arent van Wyck van Honsoirde Willem van Wyck, den zoon van Jan, ridder, in 1392 zynen neef noemde, toen hij

Sluiten