Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot recht begrip van de wijze waarop dc in vorenstaande charters genoemde personen elkander in den bloede bestonden, kunne het volgende dienen:

Diederik, heer van Brederode en van der Leek. had van zijne echtgenoote Beatrix uit den Huize van Valkenburg in Limburg een zoon Beinout van Brederode, die huwde met Johanna, vrouwe van Gennep en van der Eem,

en eene dochtei Catharina van Brederode, erfdochter van der Leek, welke trouwde met Johan I van Duivenvoorde, heer van Polanen, zoon van Philips, 1) heer van Polanen en Elisabeth, de zuster van den Heer van Vianen; zij schonk hem een zoon :

Johan 11 van Polanen, heer van der Leek. De Hertog van Brabant verkocht hem 1 April 1350 de heerlijkheid Breda behoudelijk altoos Heeren Willeme van Duvenvoorde. Heere van Oisterlioudt, onsen lieven Riddere en man, zynere lijftocht; deze verkoop was eenigzins vreemd, omdat Willem van

1) Hij had nog een bastaardzoon, Willem Snikkerieme, die den tl Augustus 1329 van den Keizer Lodewijk van Beieren brieven van legitimatie verkreeg, waarbij hem alle rechten werden toegekend, als ware hij wettig; sedert dien heette hij steeds van Duivenvoorde. Hij was kamerling van Willem III en Willem IV, Graven van Holland uit het Henegouwsche Huis en schout van Geertruidenberg; door koop van Adelise van Liederkerke, vrouwe van Breda, de echtgenoote van Gerard van Basinghem, werd hij in 1325 heer van Oosterhout, nadat de Heer van Putten en Strijen hem reeds in 1323 zijn te Oosterhout staand Huis te Strijen in erfpacht had gegeven; ook was hij beer van Boven-Waspik en Standhazen en in 1339 kocht hij de heerlijkheid Breda van den Hertog van Brabant, die haar gekocht had van genoemde echtelieden van Basinghem. Van zijne vrouw Heilwig van Vianen had hij geene kinderen; wel had hij eenige bastaarden, o. a. Willem, heer van Dongen en Üosterhout en Beatrix, echtgenoote van Roelof van Dalem, wiens zoon Willem de heerlijkheid Dongen van Willem, Heer van Oosterhout, kocht en wiens nakomelingen van Dongen genoemd zijn. (Men zie voorts Wapenherautjl904, p. 49 en vlgd.)

(I9|b

Sluiten