is toegevoegd aan uw favorieten.

Het missale van de kerk te Wijk bij Heusden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijdrage tot de geschiedenis van het geslacht Spiering,

Of alle personen, die den naam Spiering droegen en dragen, tot hetzelfde geslacht behooren, is aan gegronden twijfel onderhevig. Veeleer moet het tegendeel worden aangenomen. Reeds in de veertiende eeuw vinden wij in verschil lende gewesten Spieringen, die met elkander niets dan den naam gemeen schijnen te hebben gehad, zij het ook, dat de hij deze personen voorkomende verscheidenheid van wapen, op zich zelve, voor dit tijdperk niet als bewijs voor het ontbreken van stamverwantschap mag gelden.

Wij willen ons thans uitsluitend bezig houden met die Spieringen, van wie het min of meer waarschijnlijk is, dat zij behoord hebben tot het geslacht, dat uit de Heeren van Heusden zijn oorsprong heet te hebben genomen.

Als stamvader van dit geslacht wordt door allen, die over de ïleeren van Heusden geschreven hebben, genoemd: Wouter Spiering, broeder van den in 1202 overleden vijftienden Heer van Heusden, Robbrecht V. Dit schijnt reeds aanstonds minder juist. Aan den in verschillende werken afgedrukten stamboom der Heeren van Heusden kan slechts eene zeer betrekkelijke waarde worden toegekend. Het nog aanwezige bewijsmateriaal is gering, maar voldoende om ons de onbetrouwbaarheid van dien stamboom te doen blijken. Zoo was b.v. de eerste Heer van Heesbeen niet een jongere broeder Jan van Jan VII van Heusden, maar diens oom Robbrecht, zoon van Jan V I). Zoo is het ook niet juist, dat Wouter Spiering een broeder van Robbrecht V en dus een oom van Jan V zou zijn geweest. Reeds is door den Eerw. Heer Hoevenaars de aandacht gevestigd opeeneoor-

1) Oorkondenbofk van Holland en Zeeland I, 443, II, 00, '248, 335.