is toegevoegd aan uw favorieten.

Het missale van de kerk te Wijk bij Heusden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooraf ga een fragment, dat zoowel op de Spieringen van Aalburg als op de Spieringen van Well betrekking zou kunnen bebben, doch door ons aan geen dezer beide familiën kan worden aangesloten en misschien ook daarvan volstrekt niet deel uitmaakt.

I. Gijsbrecht van Well, misschien — hoewel niet waarschijnlijk — dezelfde die in 1277 optrad als getuige in de oorkonde, waarbij Robbrecht, Heer van Heesbeen, en Jan, Heer van Heusden, aan de ingelanden van Aalburg vergunnen eene uitwatering te graven tot in de Oude Wetering van Heesbeen 1), had een zoon :

II. Wouter Spiering, die als getuige voorkomt in een in 1362 te Woudrichem opgemaakte akte 2). Deze is misschien dezelfde als een Wouter Spiering, wiens vader ik niet vermeld vond, maar die — behalve vier dochters: Alveraad, (gehuwd met Lodewijk van Geldrop). Etisabeth (gehuwd met Hendrik Riké), Margaretha en Agnes, — een zoon had:

III. Jan Kuyst van Aalburg. Deze leefde nog in I39G. doch was in 1398 overleden, met nalating van twee zoons:

1. Gijsbrecht van Well, die in 13U(i gehuwd was met Catharina, dochter van Wijnrik Screynrnakers.

2. Boudewijn Kuyst, die gehuwd was met Jutte dochter van Jan van den Veen. en in 1407 verleid werd met 2 morgen lands te Babiloniënbroek. Ook had hij land te Aalburg naast land van Jan Oege Jan Spieringszoon 3).

aantal Heusdensche schepenbrieven, berustende in het archief der stad Mechelun, de registers der Gorinchemsche vierschaar, en stadsrekeningen en andere stukken behoorende tot het oud-archief der stad Heusden.

1) Oorkondenboek van Holland en Zeeland, II, 335.

2) Cartulaire de 1'Abbaye de Saint-Trond, I, 41G.

3) Deze Boudewijn Kuyst Jan Kuystenzoon van Aalburg moet niet worden verward niet den op blz. 19 hiervoor genoemden Heer Boudewijn Kuyst, Ridder, die in 1399 bij vernieuwing met het gerecht van Wijk werd beleend en in 1413 door zijn zoon Boudewijn Kuyst als ambachtsheer