is toegevoegd aan uw favorieten.

Het missale van de kerk te Wijk bij Heusden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne nakomelingen de ambachtsheerlijkheid en het dorp Herpt, in welk leen hij 26 Oct. 1430 door Philips van Bourgondië werd bevestigd, met dien verstande echter, dat de heerlijkheid slechts aan hem voor zijn leven werd gegeven. Meermalen was hij schepen van Heusden en nog in 1452 komt hij als dijkgraaf voor. Zijn zegel vertoont het rad zonder eenige toevoeging. Hij bereikte een zeer hoogen leeftijd en stierf op 27 Mei, vermoedelijk in 1463.

Behalve een bastaardzoon Adriaan, wien hij in 1449 vijf scharen weide onder Herpt in lijftocht gaf, en een bastaardzoon Klaas, die in 1458 voor een rente van zes schilden 3 morgen in den ban van üudheusden verbond, had Arent vijf wettige kinderen :

1. Robbrecht Spiering, die 6 Febr. 1404 bij opdracht zijns vaders werd beleend met 3 morgen in den ban van Genderen. Vermoedelijk is hij vóór zijn vader kinderloos overleden 1); de mogelijkheid schijnt evenwel niet uitgesloten, dat hij de vader was van Jan Spiering Robbertszoon, die in 1432 met zijne schoonmoeder Fije, weduwe van den Heusdenschen schepen Jan Meliszoon, drie morgen in de heerlijkheid Hemert aan den Heer van Hemert opdroeg.

2. Aleid Spiering, die trouwde met Hugo Spiering van Aalburg, over wien straks nader.

3. Klaas Spiering van Aalburg. Deze werd op 15 April 1464, na den dood zijns vaders, met diens leengoederen onder Wijk, Herpt en Genderen, alsmede met de ambachtsheerlijkheid Herpt verleid. Deze ambachtsheerlijkheid met de gruit en het schoutambacht, welke daartoe behoorden, gingen in 1465 over op Jacob Spiering Dirkszoon 2). De

1) Met deze 3 morgen werd op 21 Jan. 1445 beleend Arent Klaas Spieringszoon (dat zou dus zijn Robbrechts vader) bij overlijden van zijn vader Klaas Spiering Arentszoon (dit is onverklaarbaar; misschien heeft de klerk zich in het leenregister verschreven).

2) Deze Jacob Spiering, zoon van Dirk Jacobszoon, was een zeer vermogend man. Hij was gehuwd met jonkvrouw Ermgard Daimnasdochter,