Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Jan Oege van Aalburg, die volgt onder III.

3. Jan van Aalburg. Hij erfde van zijn broeder Klaas de 7 hont op de Verwede te Aalburg; bij het verlei werd bepaald, dat het leen, indien hij kinderloos mocht komen te overlijden, zou overgaan op zijn jongeren broeder:

4. Dirk Spiering van Aalburg. Deze verkreeg de zooeven genoemde 7 hont te Aalburg in 1442, nog bij het leven zijns broeders. Hij was schepen te Heusden in 1414, '23 en '32 en had eene — vermoedelijk eenige — dochter:

a. Marie Spiering, wier echtgenoot Arent van Wijck evengenoemd leengoed als ware het eigen goed verkocht aan Jan van Gameren Arent van Wijk 's Poorters zoon. Deze laatste vroeg, nadat hij van den aard van het goed op de hoogte was gekomen, en verkreeg in 1478 de beleening daarmede.

III. Jan Oege van Aalburg Jan Spieringszoon, die in 1399 van zijn broeder Klaas het land in den Duvelsput erfde, en bovendien 2Vi morgen en 1 hont te Genderen in de Vliert in leen had, had reeds in 1384, bij overgifte zijns vaders, diens 10 morgen onder Heesbeen in leen ontvangen. In 1384 maakte hij laatstbedoeld land in lijftocht aan zijne vrouw jonkvrouw Hawige; later hertrouwde hij met jonkvrouw Elisabeth dochter van Hugo van Wijck, van wien het huis in de Hoogstraat te Heusden afkomstig was, dat in 1422 door Jan Oege werd bewoond. Deze werd 20 Juni 1405 en 1 Juli 1429 in zijne leenen bevestigd en leefde nog in November 1431, toen hij zijn eigen goed Kraaienveld, met bijbelioorende 2 morgen en IV2 hont lands, te Aalburg gelegen, aan de grafelijkheid opdroeg; hij werd aanstonds zelf daarmede verleid, onder bepaling dat bet zou vererven op zijn zoon Hugo of diens nakomelingen; zijne vrouw kreeg het in lijftocht.

Jan Oege was de vader van 1):

1) Of Gijsbert Spiering van Aalburg, die in 1436 schepen te Heusden was en ook in 1438 wordt vermeld, eveneens een zoon van Jan Oege was, is mij niet gebleken.

m

Sluiten