Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rad, hetgeen de onderstelling wettigt, dat zij uit het geslacht van Gent was gesproten 1).

Jan was gehuwd met Aleid de Cock van Delwijnen, dochter van Arent en Ar/nes van Herwijnen '2) Met zijn neef Arent de Gock van Delwijnen werd hij in 1492 door Hertog Karei van Gelder aangesteld tot schatmeester over Zaltbommel, Bommeler- en ïielerwaarden, Beesd en Renooi 3). Zeer eendrachtig schijnen de schatmeesters niet te zijn geweest; althans wij lezen, dat Jan Spiering in 1496 van den Hertog kwijtschelding ontving wegens den aan zijn ambtgenoot heganen doodslag 4). Hij wordt het laatst vermeld in 1503, toen hij een goed te Zuilichem verkocht.

Hij was de vader van:

1. Willem Spiering van Well, die volgt onder II, en waarschijnlijk ook van 5):

1) Het gouden rad in blauw is meer algemeen bekend als het wapen van liet geslacht van Hedichuysen. Ook al ware het niet, dat in een handschrift betreffende het Land en de Heeren van Heusden op de Koninklijke Bibliotheek te 's Gravenhage — een handschrift, dat overigens betreffende de genealogie Spiering vol onjuistheden is — de vrouw van Jan Spiering van Well (1450) Eusebia van Gent wordt genoemd, dan zou toch een huwelijk met dit geslacht, dat eveneens in het land van Heusden gegoed was, waarschijnlijker zijn dan eene verbintenis met het geslacht van Hedichuysen, dat in dezen tijd niet meer in bloei was.

2) Vgl. De Nederlandsche Heraut, jaarg. -1889, blz. 20. Het volstrekt bewijs van dit huwelijk zou ik niet kunnen leveren. Het wordt echter zeer waarschijnlijk gemaakt door het feit, dat Jans kleinzoon als kwartierwapen voor zijne grootmoeder van vaderszijde het wapen van de Cock van Delwijnen op zijn grafzerk liet beitelen, terwijl ook uit zijne eertijds in de kerk te Gouda afgebeelde kwartieren de afstamming uit het echtpaar de Cock van Delwijnen X van Herwijnen bleek.

3) Nijhoff, Oorkonden VI, 1, N°. 31, blz. 12.

4) » » » » » 173, blz. 126.

5) Misschien hebben wij in hem ook den vader te zien van Jan Spiering Janszoon van Well, die uit zijn huwelijk met Klaasken, dochter van Otto van Malsen en jonkvrouw Aleid, drie kinderen had, die reeds in 1516 weezen waren :

a. Otto Spiering.

b. Adriaan Spiering.

c. Arnolda Spiering, die huwde met Gijsbert Toelinck Gerardszoon.

Sluiten