Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Adriaan Spiering verkocht in 1581 goederen in het land van Cuyk en was in 1003 drossaard van Lobith, waar hij het volgend jaar aan de pest overleed. Hij was gehuwd met Wendelina Smulling, erfdochter van Sevenaer, dochter van Goossen Smulling en Adriana Hacfort.

Behalve drie dochters hadden zij twee zoons:

1. Frans Spiering, die volgt onder III.

2. Goossen Spiering, die gehuwd was met Agnesvonllasslang. Hunne nakomelingen stierven in het tweedegeslacht uit.

III Frans Spiering, die doel uitmaakte van de Kleefsche ridderschap, drossaard was van Lobith en gouverneur van Dusseldorp. Hij verkreeg in 1623 van Keizer Ferdinand III den titel van Freiherr; zijne nakomelingen, die in de 18de eeuw uitstierven, noemden zich Freiherren von Spiering zu Tüschenbroick 1).

Zijn zoon Frans Ignatius Wolfgang Freiherr von Spiering, Heer van Tusschenbroek en Sevenaer, werd in laatstgenoemde plaats begraven met de volgende 16 kwartieren:

Spiering Hatzfeld

Smulling Brempt

Coenen Torck

Hacfort Pallandt

Malsen Harf

Mom Sein

van der Aa Hemert

de Ruyter Krummel.

Ook thans zijn er nog verschillende familiën Spiering en Spierings. Met eene daarvan, laatstelijk te Tiel gevestigd, zullen wij ons nog een oogenbiik dienen bezig te houden, omdat zij in haar wapen, bestaande uit een rood veld met drie zilveren spieringen boven elkaar, een zwart hartscliild

1) Vgl. over deze Spieringen in Duitschland het reeds aangehaalde werk van Fahne, alsmede De Navorscher, jaarg. 1873, blz. 264, 265, 530.

Sluiten