is toegevoegd aan uw favorieten.

Het archief der heerlijkheid Ruinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen heerlijke rechten en 't leenstelsel (artt. 24 en '25), bekrachtigde spoedig daarna Drente's verlangen.

Wat de rechtspraak betreft stond Ruinen onder eene tamelijk zelfstandige bedeeling tot hare inlijving in 1795. Naar afzonderlijke voorschriften werd de heerlijkheid bestuurd; naar 't schijnt echter voor de t wee groote deelen daarvan (Ruinen en 't Wold) verschillend, immers een speciaal landrecht (dd. 24 Maart 1428) voor Budding- en Haakswolde is nog bewaard gebleven '). Dit landrecht werd den ingezetenen verleend door den heer van Ruinen, die ook voorzat in 't hoogste rechtscollege over zijn gebied, dat van heer en twaalven, ook wel „het landrecht" genoemd. Daaronder ressorteerden de schuiten van Ruinen en 't Wold.

Het behoeft nauwelijks te worden betoogd, dat dezelfde strijd, die gevoerd werd in 't administratieve, ook in 't justitieele werd gevonden, en dat dus de etstoel, Drente's hoogste rechtscollege, meer dan eens trachtte zich te stellen boven 't Ruinensch landrecht. Het bovengenoemd vonnis der Staten-Generaal bracht ook hierin een vasten regel, door te bepalen, dat voortaan revisie van de door heer en twaalven gewezen vonnissen zou openstaan op Ridderschap en Eigenerfden 2).

In verband met den aankoop der heerlijkheid werden verschillende maatregelen beraamd ten opzichte van het bestuur 3). Daarbij werd in 't oog gehouden de wenschelijkheid eener samensmelting van het bestuur over Ruinen met dat over Drente. Zulk een samensmelting heeft echter niet plaats gehad4). Eerst in den revolutionairen tijd werd 't „landrecht" ontbonden, werd daarmede de rechtspraak van Ridderschap en Eigenerfden in revisie van de Ruinensche vonnissen opgeheven, en werd aan den etstoel

') Gedrukt in de Werken der Vereeniging tot nitgave van het oude vaderlandsche recht, Eerste reeks, N°. 17, bladz. 162—172.

*) Uitdrukkelijk werd tevens bepaald, dat van de Ruinensche vonnissen geen appel zou openstaan op den etstoel.

3) Inventaris oude Staten-archieven van Drente, N08. 1214 vgl.

4) Vergelijk de resolntiën van Ridderschap en Eigenerfden dd. 14 Maart 1786 (toen zeer sterk aan een wederom verkoopen der heerlijkheid werd gedacht) en van Drost en Gedeputeerden dd. 17 Dec. 1790.