Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Nota bevattende afschriften van leenbrieven en andere stukken, ten bewijze dat Roloff van Laar, als man van Johan vrouw van Rdynen, met haar de heerlijkheid Ruinen heeft bezeten, en dus de uitgiften in achterleen, door wijlen Johan Polman als zoodanig gedaan, ongeldig zijn. c. 1540.

1 stuk.

NB. Zie regesten N08. 3, 5, 9, 11.

6. Acte van beleening van Henrick van Munster door Ridderschap en Steden van Overijsel met de heerlijkheid Ruinen. 1603. Met 2 afschriften.

NB. Zie regest N°. 18.

Het oorspronkelijke stuk is geteekend door (den griffier der Staten van Overijsel) Roelinck (deze was in 1607 overleden, zie Register archief van Kampen, deel V, N°. MXXIX); 't is in margine gemerkt „B" en in dorso „C".

Hierbij een 17de eeuwsch afschrift van het in den tekst genoemde stuk eveneens gemerkt „B", en een (daarnaar (?) vervaardigd) eveneens 17de eeuwsch afschrift.

7. Afschrift van het vonnis van Gedeputeerde Staten van Overijsel dd. 19 December 1646, waarbij aan Wyrich van Bernsou, als vader en voogd over zijne kinderen bij wijlen Margareta van Munster, tegenover de echtgenooten van Margareta's jongere zusters, wordt toegekend het recht op de heerlijkheid Ruinen. 1646.

1 stuk.

NB. Het vonnis is niet anders dan het door Gedeputeerden overgenomen, op 21/31 Mei 1645 aan hen uitgebracht, advies der rechtsgeleerden J. Nijlant, H. Golinck, M. Paets en H. de Geoot te 's Gravenhage.

't Vermeldt den omvang der heerlijkheid en grondt zich op 't eerstgeboorte-recht.

8. Stukken betreffende de beleening van W. A. markies van en tot Hoensbroeck enz. en E. H. gravin van Schellardt e. 1. met de heerlijkheid Ruinen c. a. 1704. Met retroacta d. d. 1681 en 1697.

1 dossier.

NB. Aanwezig zijn:

a. minuteele volmacht van den markies op B. Kiers (landschrijver van Drente) om bij den luitenant-stadhouder van Overijsel voor

Sluiten