Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem te verzoeken beleening met de heerlijkheid Ruinen c. a., 1704 (zie regest N". 28);

b. concept van gelijke volmacht, verbeterd door B. Kiers ;

c. afschrift der acte d. d. 23 Februari 1681, waarbij F. K. graaf van Schellardt enz. en M. van Bkrnsauw toe Ruijnen e. 1. met de heerlijkheid worden beleend (zie regest N°. 22);

d. afschrift der acte d. d. 28 Juli 1681, waarbij dezelfden met de heerlijkheid worden beleend (zie regest N°. 23);

e. afschrift der acte d. d. 11 October 1697, waarbij wordt bekrachtigd de testamentaire beschikking van F. C. A. graaf van Schellart enz. en M. G. M. van Bernzaüw e. 1. ten opzichte der heerlijkheid (zie regest N°. 26);

f. afschrift der acte d. d. 19 October 1697, waarbij bekrachtigd wordt de aankoop door F. C. A. graaf van Schellardt, heer van Ruinen, en M. G. M. van Bkrnsaüw e. 1. van 't goed Ovinge te Cralo in de marke van Pesse, zij daarmede beleend worden en bekrachtigd wordt hunne testamentaire beschikking ten opzichte van een leengoed te Exlo in 't kerspel Odoorn (zie regest N°. 27);

y. gelijktijdig afschrift der kwijting voor 't, met betrekking tot 't onder f vermelde, betaalde recht.

De afschriften vermeld onder c—f zijn gewaarmerkt door Conrad Engelhardt, „gerechtschriver" in Haffen und Mehr.

Vergelijk N°. 58.

9. Acte van beleening voor den drost van Drente A. C. graaf van Heiden, als leendrager van Ridderschap en Eigenerfden, met de heerlijkheid Ruinen. 1768.

1 charter.

NB. Zie regest N°. 50.

Hierbij een brief van J. Jordens „leengriffier" van Overijsel aan Mr. J. van Lier, ontvanger-generaal van Drente, houdende inlichtingen omtrent de wijze van beleening van Drente met de door haar aangekochte heerlijkheid Ruinen, 17 April 1768. Verg. ook N°. 81.

De beleening geschiedde door Willem prins van Oranje en Nassau, als erfstadhouder van Overijsel. Het stuk is geteekend door den „leengriffier" J. Jordens. Op de plicque staat: „Bij „sijn Hoogheyd als erfstadhouder ter relatie van de lieut."1„stadhouder van de lheenen".

De acte is blijkens dorsaal opschrift, volgens opdracht van Drost en Gedeputeerden, geregistreerd in het register van „bese„ghelde en lheenbrieven" (Inventaris oude Staten-archieven van Drente, N°. 1193) fol. 163.

Vergelijk Inventaris oude Staten-archieven, van Drente N°. 1214.

Sluiten