is toegevoegd aan uw favorieten.

Het archief der heerlijkheid Ruinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44. Acte van uitschrijving door den heer van Ruinen Heneich van Monster van den dank- en bededag bij den ingang van 'tjaar, voorgeschreven door de Staten-Generaal 12 Januari 1627.

1 stuk.

IV. Stukken betreffende de administratie der tot heerlijkheid behoorende goederen.

1. Stukken betreffende de uitgifte in achterleen van en andere beschikkingen enz. ten opzichte van goederen behoorende tot de heerlijkheid.

a. Voorschriften van leenrecht.

45. „Wo men leenrecht holdende wort". — Voorschriften omtrent het houden van het (Stichts?) leenrecht, c. 1550.

1 stuk.

NB. Deze voorschriften zijn geschreven blijkens de hand c. 1550.

Dezelfde hand schreef in dien tijd minuteele leenbrieven voor den heer van Ruinen.

Een der artikelen luidt: „De leenbanck des gestichts van „ Vtrecht mach de leenheer spannen myt thyn syner mannen .... „dan ich verstae, dat syn onderleenheer myt drey syner mannen „aal mogen leenrecht holden ...

46. Verklaringen van twee subalterne leenheeren en den griffier der Staten van Overijsel omtrent het heergewaad, verschuldigd „voir de vernieuwinge eens hulders" of andere leenacten in Overijsel. 18 December 1669.

1 stuk.

47. Formulieren voor den hulde-eed af te leggen aan den heer van Ruinen. (17de eeuw).

1 stuk.

NB. Op het stuk zijn gesteld eedformulieren voor Jacobus Melingiüs, als gevolmachtigde van S. Ch. Scheele, heer te Welevelt; voor Symon Glawe, als „huider" en leendrager voor zijne echtgenoote Judith Kockmans; voor Johan Oïïinck, als leenvolger van zijn vader Thomas Oüinck; en voor Antoni Polman als leenvolger van zijn grootvader Antoni Polman.